De inspanningen van kolonel Khadafi om het imago van zijn land te verbeteren trekken Europese bedrijven aan naar de olie- en gasindustrie, zegt Roula Khalaf.

Niet zo lang geleden was Libië een verwerpelijk land, geleid door een eigenzinnige en gevaarlijke leider. Vandaag werpt kolonel Khadafi zich op als onderhandelaar bij conflicten en gebruikt hij zijn vroegere contacten met rebellen om westerse gijzelaars op de Filipijnen vrij te krijgen.

De verrassende metamorfose van kolonel Khadafi is het meest zichtbare aspect van de rehabilitatie van Libië in de internationale gemeenschap. Even belangrijk is de groeiende interesse van Europese bedrijven voor het zakelijk potentieel van het land, vooral omdat concurrerende Amerikaanse bedrijven door de Amerikaanse sancties niet mogen investeren in Libië.

Er gaan steeds meer handelsmissies richting Tripoli sinds de Verenigde Naties vorig jaar de sancties hebben opgegeven. Dat gebeurde nadat twee Libiërs waren uitgeleverd die verdacht worden van de bomaanslag in 1988 op het vliegtuig van Pan Am boven het Schotse Lockerbie.

De interesse van de bedrijven gaat vooral naar de olie- en gassector. Tripoli stelde onlangs uitgebreide gebieden open voor exploratie. Dat maakt deel uit van het plan om de olieproductie te verhogen van 1,4 miljoen vaten per dag tot 2 miljoen vaten in de komende vijf jaar. Het land maakte ook een plan bekend om 35 miljard dollar te investeren in infrastructuur. Het land wil dat buitenlanders daarvan 40 procent betalen.

De buitenlandse bedrijven zijn zo optimistisch dat het Britse consultancybedrijf Robertson Libië omschrijft als ,,de beste potentiële kandidaat voor een succesvolle nieuwe exploratie en productie''. Dat Lasmo in 1997 het Elephant field , de grootste olievondst in 15 jaar, heeft ontdekt, moedigt andere investeerders aan. Het Italiaanse ENI ondertekende een akkoord met een waarde van 5,6 miljard dollar voor de ontwikkeling van een olie- en gasproject, wat dan weer het potentieel van Libië onderstreept op het vlak van aardgas.

Maar sceptici zeggen dat het te vroeg is om te juichen. Het grillige gedrag van Khadafi en zijn wil om een stevige greep te houden op de economische macht maken zijn recente beloftes over een liberalisering onwaarschijnlijk. Een van de grootste problemen is zijn diep wantrouwen tegenover de privésector. Hij gelooft dat die een machtsbasis kan creëren die zijn positie in gevaar kan brengen. Dat verklaart waarom hij de jongste tien jaar ,,zuiveringscomités'' -- anticorruptie-eenheden -- stuurde naar privébedrijven. Maar hij heeft soms de activiteiten van de privésector ook aangemoedigd.

Onlangs kondigden functionarissen grote investeringsplannen aan en beloofden ze economische hervormingen. Nadien gaf Khadafi een staaltje van zijn grillig gedrag. In maart ontdeed hij zich van de meeste ministers in zijn regering en gaf hij hun bevoegdheden aan ,,volksassemblees''. Zijn echte bedoeling was om de macht bij zichzelf te concentreren en ondertussen de schuld van de economische problemen bij de administratie te leggen, niet bij het leiderschap.

,,Het resultaat op korte termijn was een algemene verwarring en een gebrek aan besluitvorming'', zegt Olivier Miles. Hij was vroeger Brits ambassadeur in Tripoli; nu promoot hij de zakelijke banden tussen Libië en Groot-Brittannië. ,,En veel is er niet gebeurd op het vlak van economische hervormingen.''

Maar vreemd genoeg neemt Khadafi een meer pragmatische en consequente houding aan tegenover de olie- en gassector. In de jaren '70 en '80, op het hoogtepunt van de revolutionaire geest in Libië, gaf hij aan buitenlandse bedrijven, vooral Amerikaanse, een belang in olie- en gasprojecten.

De inkomsten uit olie en gas zijn goed voor 95 procent van de inkomsten aan buitenlandse valuta van Libië. Dus is een rationele behandeling van de sector cruciaal als de kolonel zijn belangrijkste doelen wil bereiken: zijn regime doen overleven en het slechte imago van het land wegwerken.

,,Hij besefte dat die sectoren de belangrijkste bron van inkomsten zijn en dat hij buitenlandse investeringen en technologische hulp nodig heeft. Dat was een constante in het Libische beleid sinds de revolutie'', zegt Raad al-Kadiri, een analist bij Petroleum Finance Co in Washington.

De sancties van de Verenigde Naties kwamen er in 1992 en hielden een reisverbod in, een verbod op de verkoop van uitrusting voor de oliesector en een bevriezing van sommige buitenlandse activa van Libië. Die sancties doorkruisten de plannen van kolonel Khadafi om de olie- en gassector te ontwikkelen. Het daaropvolgende tekort aan cash werd nog versterkt door een slecht management en luxeprojecten zoals de aanleg van een kanaal om water vanuit de zuidelijke woestijn naar het noorden te brengen. Dat kostte 20 miljard dollar. De staatsgeleide economie, die een waarde heeft van 45 miljard dollar, had ook te lijden onder het wantrouwen van de kolonel tegenover de privésector.

Ondanks de tegenslagen lijkt Khadafi bereid zich rationeler te gedragen in de olie- en gassector. Maar dat betekent niet noodzakelijk dat het proces vlot of transparant zal zijn. Bureaucratische vertragingen in Libië zijn legendarisch.

Bovendien waarschuwen diplomaten ervoor dat Khadafi zal proberen om de toekenning van contracten te gebruiken om er politieke munt uit te slaan. Hij wil dat de Europese regeringen een permanente opheffing van de VN-sancties steunen. Het embargo is maar tijdelijk geschorst om ervoor te zorgen dat Libië meewerkt met het Lockerbie-proces. Hij verwacht ook dat Europese belangen in Libië ertoe zullen leiden dat Amerikaanse oliemaatschappijen harder gaan lobbyen voor een opheffing van de Amerikaanse sancties.

,,Khadafi bekijkt de bedrijven niet alleen volgens hun zakelijke voorstellen, maar ook volgens het land waar ze gevestigd zijn'', zegt een Europese diplomaat. ,,Dat is de reden waarom Europese bedrijven elkaar verdringen om daar zaken te doen.''

Europese oliemaatschappijen zeggen dat, ongeacht de uiteindelijke bedoelingen van Libië, het land grotere mogelijkheden biedt voor investeringen in olie en gas omdat de Amerikaanse oliemaatschappijen niet meedoen. En de Amerikaanse sancties tegenover Europese bedrijven die investeren in Libië, worden niet meer gezien als een ernstige bedreiging.

,,Amerikaanse oliemaatschappijen vinden dat ze belangrijke kansen mislopen en Europese bedrijven buiten de afwezigheid van hun grootste concurrent uit'', zegt een Europese bedrijfsleider.

Maar sommige westerse functionarissen vrezen dat de aanmoediging van regeringen om zakelijke contacten aan te knopen met Libië, voor problemen kan zorgen, zeker voor Groot-Brittannië. Bijvoorbeeld als de Libische verdachten in het Lockerbie-proces schuldig worden bevonden of als Khadafi niet samenwerkt en geen getuigen naar de rechtbank stuurt.

Wat meer is: de Libische leider steunt dan misschien geen terroristische bewegingen meer, maar andere activiteiten blijven zorgwekkend. In januari gaf Groot-Brittannië toe dat een Libische zending met reserveonderdelen voor Scud-raketten zes maanden voordien was onderschept op de luchthaven van Gatwick.

,,Khadafi geniet ervan om Europese bedrijven tegen elkaar uit te spelen'', zegt een Europese diplomaat. ,,Maar misschien zijn sommige landen wat al te enthousiast over de potentiële commerciële winst. Dat heeft misschien hun geest vertroebeld. Ze zien misschien het algemene beeld niet meer, vooral het feit dat we nog altijd geen concrete resultaten hebben gezien van het zakelijk potentieel.''

© The Financial Times