De arbeidswetgeving van Solidariteit dreigt de concurrentiekracht van Polen uit te hollen op het moment dat het land zich klaarmaakt om lid te worden van de EU, zegt John Reed.

Het is deze maand twintig jaar geleden dat de vakbond Solidarnosc (Solidariteit) werd opgericht, waardoor Polen de leiding nam van de vrijemarktrevolutie in de Oost-Europese landen. Maar er valt misschien niet veel te vieren op die verjaardag.

Na de ingrijpende economische hervormingen van de voorbije tien jaar vertoont Polen nu tekenen van verlies aan concurrentiekracht in vergelijking met zijn buren, die hun eigen hervormingen in een snel tempo blijven doorvoeren. Bovendien is Polen als grootste kandidaat-lidstaat van de Europese Unie een essentiële factor voor het succes van het uitbreidingsproces.

Met de toenemende rancune tussen de partijen die uit Solidarnosc zijn ontstaan, is het niet zeker of Lech Walesa, de oprichter van de legendarische beweging, de vieringen zal bijwonen. Ondertussen keurt de Poolse minderheidsregering van Solidariteit populaire wetten goed -- wat de Polen ,,verkiezingsworst'' noemen -- in het vooruitzicht van de verkiezingen van volgend jaar.

Voor de regering eerder deze maand met vakantie vertrok, werd nog een wet goedgekeurd waardoor huurders de eigenaar worden van hun flats die eigendom waren van de staat. De verwachting is dat de regering volgende maand een bijgewerkte arbeidswetgeving op de agenda zal zetten, die de werknemers zal plezieren, maar die de arbeidskosten zal doen stijgen en de concurrentiekracht van de bedrijven zal hinderen. Het wetsontwerp zou, samen met andere maatregelen, de werkweek verkorten van 42 tot 40 uur en de hoge Poolse tarieven voor overuren bepalen.

Ondanks zijn syndicale afkomst is Jerzy Buzek, met zijn drie jaar oude regering, hard van stapel gelopen inzake privatiseringen en hervormingen van de publieke sector. Maar toen de coalitiepartner van Solidariteit, de Vrijheidsunie, met zijn reformistische partijleider Leszek Balcerowicz, in juni uit de regering stapte, speelde Solidarnosc zijn meerderheid en blijkbaar ook zijn koelbloedigheid kwijt.

De Poolse werknemers die onder zware druk staan, zeggen dat ze bescherming nodig hebben in een economie die nog steeds in een overgangsperiode verkeert. ,,Het waren vooral de arbeiders die de revolutie hebben gesteund en zij werden na de hervormingen als eersten ontslagen'', zegt Bogdan Olszewski, ondervoorzitter van Solidarnosc.

Maar de bedrijven zeggen dat de wet een last zal betekenen voor de werkgevers en de werkloosheid, die al boven de 13 procent zit, zal doen stijgen. ,,Polen is een arm land en kan zich de genereuze westerse arbeidswetgeving niet veroorloven'', zegt Henryka Bochniarz van de Poolse Confederatie van Privé-Werkgevers.

De arbeidskosten in Polen zijn de hoogste van heel Oost-Europa. De overheid heft 49 procent belasting op het brutosalaris van de werknemers om er de sociale zekerheid, de gezondheidszorg, een fonds voor gehandicapte werknemers en andere loontoeslagen mee te financieren. In Tsjechië, met een bbp van 10.500 dollar per hoofd van de bevolking, kostte in 1998 een werknemer gemiddeld 3,8 dollar per uur aan het bedrijf. Poolse werknemers kostten 4,20 dollar per uur, maar produceerden een bbp van nauwelijks 5.500 dollar per hoofd van de bevolking. Dat toonde een onderzoek van het consultancybedrijf McKinsey aan.

De Poolse economie groeit met 4 á 5 procent, maar ze heeft een tekort op de lopende rekening van 7 á 8 procent van het bbp, wat gedeeltelijk de ernstige problemen aantoont met de export. In 1998 heeft de devaluatie van de Russische roebel de concurrentieproblemen van de Poolse fabrieken, vooral op het vlak van de arbeidskosten, blootgelegd. Het tekort op de handelsbalans -- 8,8 miljard dollar in de eerste helft van dit jaar-- is gedeeltelijk een goede zaak, want succesvolle bedrijven importeren kapitaalgoederen voor de vernieuwing van hun machinepark en er zijn al tekenen dat die uitgaven renderen door een hogere export. Maar economisten waarschuwen ervoor dat een striktere arbeidsreglementering de kosten kan doen stijgen en de ommekeer kan vertragen of zelfs doen omslaan.

De toestand van de Poolse industrie baart de EU grote zorgen. Een EU die is uitgebreid met een derde van de bevolking van de 12 kandidaat-lidstaten en 40 procent van hun bbp zal, afhankelijk van de manier waarop Polen zijn streng trekt, floreren of aan het wankelen gaan. Hongarije en andere kleine kandidaat-lidstaten zijn bezorgd over hun eigen kandidatuur en dringen er discreet op aan dat Brussel Polen, met zijn structurele problemen, zou terugwijzen naar een tweede groep van potentiële lidstaten.

De poging van Polen om zijn arbeidswetgeving te verstrengen, lijkt misschien wat verwarrend wegens de marginale rol die de bij de vakbond aangesloten werknemers in de productie spelen. Solidarnosc had twintig jaar geleden 10 miljoen leden -- een kwart van de bevolking, vandaag beweert de vakbond nog 1,2 miljoen leden te tellen.

Maar de vakbonden beïnvloeden de politiek op een schaal die in West-Europa ongekend is. Buzek is een voormalige vakbondsmilitant en Marian Krzaklewski, de leider van Solidarnosc, is ook het hoofd van de politieke arm van de vakbond. Aan de linkerzijde is de OPZZ-vakbond van cruciaal belang voor de Democratische Linkse Alliantie, de ex-communisten waarvan wordt verwacht dat ze volgend jaar de verkiezingen zullen winnen.

De Poolse economie wordt aangedreven door dynamische kleine en middelgrote familiebedrijven. Maar de vakbondsleden zitten geconcentreerd in grote bedrijven, meestal in het wegkwijnende stuk van de economie -- ongeveer 30 procent -- dat nog altijd in handen van de staat is. De politieke macht van de vakbonden heeft die bonden in staat gesteld om de regels voor de privé-sector te bepalen.

De rigide regels wegen het zwaarst op de kleine en middelgrote ondernemingen. De administratiekosten voor de papiermolen doen de algemene kosten uit hun voegen barsten en tegelijk maken beperkingen op ontslagen en tijdelijke tewerkstelling het de bedrijven moeilijk om zich aan te passen aan de veranderende markten. ,,Sommige van mijn personeelsleden zouden graag overuren maken, maar ik kan het me niet veroorloven'', zegt Jerzy Urbanczyk van Goliart, een producent van pasta in de zuidelijke stad Czestochowa, die 350 werknemers in dienst heeft. De kosten voor overuren zijn hoog: werkgevers moeten een premie van 100 procent van het normale salaris betalen voor de eerste twee uur en 50 procent voor de daaropvolgende uren.

Werkgevers zoals Urbanczyk zijn drie jaar geleden een actie begonnen voor een meer bedrijfsvriendelijke arbeidswetgeving. Ze pleegden overleg met de vakbonden over 40 amendementen op de arbeidswetgeving, inclusief een amendement dat de premies voor overuren zou halveren tot het niveau van de tarieven in de EU. De vakbonden gingen met slechts twee amendementen akkoord.

Actievoerders zeggen dat ze hun rechten moeten beschermen tegen een bedrijfslobby die steeds assertiever wordt. ,,Werkgevers willen ons elke medezeggenschap in de leiding van de bedrijven afnemen'', zegt Kazimierz Barszcak, hoofd van vakbondsdelegatie van Solidarnosc in Rawar, een defensieonderneming in Warschau die de overheid wil verkopen.

In zoverre het de debatten volgt, is het Poolse publiek geneigd om de kant van de werknemers te kiezen. Maar nu Duitsland en zelfs Rusland plannen smeden voor bedrijfsvriendelijke fiscale hervormingen, zou Polen wel eens verplicht kunnen zijn om dat voorbeeld te volgen.

© The Financial Times