Benzine tanken wordt almaar duurder.
© Firmin De Maître
BRUSSEL (reuters, eigen berichtgeving) -- Na de prijzen van diesel en huisbrandolie, gisteren, verhogen vandaag de benzineprijzen weer een smak. Een polemiek tussen de federale ministers Charles Picqué (PS, Economie) en Didier Reynders (PRL, Financiën) maakt duidelijk dat de hoge olieprijzen een politiek thema zijn geworden.

Superbenzine zonder lood (98 ron) kost vanaf vandaag 46,8 frank per liter, een stijging met 0,90 frank; superbenzinze zonder lood (95 ron) kost 44,4 frank (+ 0,8), normale benzine zonder lood 43,9 frank (+ 0,7) en superbenzine met loodvervanger 46,9 frank (+ 1).

Ook op de internationale oliemarkten bleef de prijs van een vat ruwe olie gisteren verder stijgen, tot boven 33 dollar. En het einde is niet in zicht. Ali Rodriguez -- olieminister van Venezuela en voorzitter van de Opec, de organisatie van olieproducerende landen -- voorspelt dat de prijzen tot 40 dollar kunnen oplopen, tegen het einde van het jaar.

De elf Opec-landen zijn niet erg happig om in te gaan op de almaar dringender vraag van de Verenigde Staten en de Europese landen om de olieproductie weer op te voeren en de prijzen zo te doen dalen, of op zijn minst te stabiliseren.

Saudi-Arabië lijkt hiertoe het meeste geneigd, op voorwaarde dat de andere Opec-leden een dergelijk beleid steunen. Analisten verwachten dat er op de eerstvolgende Opec-vergadering, op 10 september, een maximale productieverhoging met 500.000 vaten per dag uit de bus komt. Onvoldoende voor een forse prijsdaling.

In eigen land ruziën de paars-groene coalitiepartners over de aanpak van de hoge olieprijzen. De minister van Economie, de socialist Charles Picqué, pakte gisterenmorgen in La Dernière Heure uit met zes voorstellen om de kostprijsstijgingen van huisbrandolie voor de laagste inkomens op te vangen.

Picqué wil met de petroleumfederatie praten over wijzigingen aan het huidige prijsvormingsmechanisme (het zogenaamde programmacontract). Hij denkt aan de invoering van een oliecheck ter waarde van 10 procent afslag op huisbrandolie, aan een belastingkrediet ter compensatie van de huisbrandfactuur en aan een spreiding van de betaling van de verkeersbelasting. Voorts overweegt Picqué het tijdelijk schrappen van 0,55 frank energiebijdrage (voor de sociale zekerheid) per liter huisbrandolie. En er moet een Europese dialoog komen over een verlaging van de btw op huisbrandolie.

De minister van Financiën, de liberaal Didier Reynders, reageerde afwijzend. Volgens Reynders leveren onderhandelingen met de petroleumfederatie ,,weinig concreets'' op en voert hij al langer een btw-dialoog met zijn Europese collega's. Reynders meldde nog dat hij de spreiding van de betaling van de verkeersbelasting al in mei aan de ministerraad heeft voorgesteld maar dat de invoering ,,toen onder meer stuitte op het verzet van de minister van Arbeid''. En dat was Picqués partijgenote Laurette Onkelinx.

De PRL-minister wou ook nog kwijt ,,dat het beter is om de lasten voor de laagste inkomens indirect te verlichten'', zoals met zijn belastingplan en straks vermoedelijk ook met het Armoedeplan van SP-minister Johan Vande Lanotte, dan de olieprijzen te subsidiëren. ,,Olie subsidiëren kan alleen maar de producenten tot verdere prijsverhogingen stimuleren. Dat wordt dan een subsidie voor Koeweit.''