Het vertrouwen van consumenten kreeg de voorbije maand rake klappen. In de Verenigde Staten zakte de vertrouwensindex, gemeten door de Conference Board (CB), in februari met 14,8 punten naar 64 punten, het laagste peil sedert oktober 1993. Het was nog maar de negende keer na februari 1969 dat de index in één maand zo sterk daalde. Sedert de piek van begin 2000 verloor de index in totaal liefst 79 punten. Hij is nu nog maar een twintigtal punten verwijderd van het historische dieptepunt van januari 1975. In de meeste andere industrielanden is de trend gelijkaardig. Blijkens de index van het consumentenvertrouwen van de Nationale Bank werden de consumenten ook in België de voorbije maanden alsmaar pessimistischer.

Vertrouwen heeft zowel te maken met een oordeel over de huidige situatie als met verwachtingen over de toekomst. Dat dit ook een invloed kan hebben op het reële economische gedrag, ligt voor de hand. Als gezinnen, bedrijfsleiders of bankiers het economische klimaat gunstig inschatten, zijn zij gemakkelijker bereid om risico's te nemen. Zien zij daarentegen de toekomst somber tegemoet, dan neemt hun risicobereidheid af.

Vertrouwensindicatoren blijken daarom meestal goede vooruitlopende indicatoren van de reële economische activiteit. Zo is vastgesteld dat de jaarwijzigingen van de consumentenvertrouwensindex in de Verenigde Staten gemiddeld een viertal maanden op de economische groei vooruilopen. Een gelijkaardig positief verband bestaat in andere landen, zij het dat het vooruitlopende karakter niet altijd en overal even uitgesproken is. Veel hangt af van het relatieve gewicht dat in de vertrouwensindicatoren wordt gegeven aan enerzijds het oordeel van consumenten over de huidige economische toestand en anderzijds aan hun verwachtingen over de toekomst. Naarmate het gewicht van de toekomstcomponent groter is, blijkt het vooruitlopende karakter meer uitgesproken.

In Europa blijken de antwoorden op de consumentenenquête, die door de Europese Commissie is geharmoniseerd, sterk verbonden met de arbeidsmarktsituatie, zodat de vertrouwensindex die daaruit wordt afgeleid, sterk samenloopt met de werkloosheidsgraad. Aangezien de werkloosheid doorgaans met vertraging reageert op het reële activiteitsverloop, liep de vertrouwensindex in het verleden in de Europese Unie meestal gelijk met of zelfs licht achter op de conjunctuurcyclus. Vanaf midden 2002 neemt de Europese Commissie in haar vertrouwensindex evenwel alleen nog de toekomstverwachtingen van consumenten op, en kreeg de indicator bijgevolg, net zoals in de Verenigde Staten, allicht een meer vooruitlopend karakter.

Doordat het consumentenvertrouwen zelf ook wordt bepaald door reële economische factoren zoals inkomensgroei, inflatie, rente- en beursontwikkeling, is het niet alleen een oorzaak, maar ook een gevolg van de economische conjunctuur. Men komt dan snel terecht in een kluwen van cirkelgedrag en self fulfilling prophecies : toenemend vertrouwen leidt tot meer economische groei, wat op zijn beurt opnieuw aanleiding geeft tot meer vertrouwen, en omgekeerd. Economie en psychologie bijten elkaar dan in de staart.

Daarnaast kan het vertrouwen echter ook worden beïnvloed door factoren die volledig losstaan van de economische fundamenten, zoals gevoelens van onveiligheid, onzekerheid of pessimisme. Dergelijke puur autonome vertrouwensschokken doen zich vooral voor op crisismomenten. Meestal hebben zij maar een tijdelijk effect en is hun invloed op de economische activiteit daarom beperkt.

Zo leidde de euforie vlak na de vrijlating van de Amerikaanse gijzelaars in Iran en de aanstelling van de Reagan-regering begin 1981 tot een aanzienlijke verbetering van het vertrouwen, maar dat belette niet dat de bestedingen van de Amerikaanse gezinnen in de tweede helft van dat jaar terugvielen en de economie in een recessie belandde. Omgekeerd leidden de terreuraanslagen van 11 september 2001 aanvankelijk tot een fors vertrouwensverlies, maar kon de Amerikaanse economie al in het begin van 2002 dankzij een aanhoudende consumptiegroei opnieuw aantrekken.

De forse verslechtering van het consumentenvertrouwen van de voorbije maanden vindt grotendeels zijn oorsprong in de aanslepende geopolitieke onzekerheid. Op zich is dat een niet-economische factor. Dat houdt het risico in dat het vertrouwen nog een forsere klap krijgt als een oorlog in Irak effectief uitbreekt.

Na het begin van de Jom Kippoer-oorlog in oktober 1973 daalde de index van de Conference Board met 44,8 punten. De Iraanse revolutie in januari 1979 en de inval van Irak in Koeweit in augustus 1990 veroorzaakten een even forse vertrouwensbreuk, zij het wat langer gespreid in de tijd.

De huidige omstandigheden zijn weliswaar niet perfect daarmee vergelijkbaar, onder meer omdat vorige crisissen eerder onverwacht kwamen en de centrale banken toen hun beleid verstrakten. Anderzijds spelen naast de Irak-kwestie ongetwijfeld almaar meer ook de chronische beursmalaise, de oplopende energieprijzen en verslechterende arbeidsmarktsituatie een rol, al zijn deze factoren via het vertrouwenseffect op hun beurt uiteraard deels zelf door de Irak-crisis bepaald.

Het huidige cijfer van de index van de Conference Board komt overigens al overeen met een niveau dat in het verleden telkens met een krimp van de particuliere consumptie in de Verenigde Staten gepaard ging. Een van de belangrijkste groeimotoren van de Amerikaanse economie dreigt dus in de komende maanden heel wat stoom te verliezen. Dit laat weinig goeds vermoeden voor de groei van de wereldeconomie.

Een en ander verklaart waarom de meeste voorspellers hun groeivooruitzichten voor dit jaar alvast neerwaarts hebben bijgesteld. Maar hoewel in het huidige klimaat de verleiding tot doemdenken erg groot is, blijft rationele nuancering op zijn plaats. Als de Irak-kwestie in de komende weken snel een oplossing zou krijgen, kan de ongunstige spiraal van afnemend vertrouwen en tegenvallende indicatoren opnieuw in de andere richting omslaan en hoeft de huidige economische groeivertraging in de Verenigde Staten niet meteen in een nieuwe recessie te ontaarden.

  • Op zaterdag legt de redactie een actueel thema voor aan een ,,denktank'' van financieel-economische specialisten. Deze week antwoordt Edwin De Boeck, afgevaardigd bestuurder van KBC Asset Management.