NEW YORK (bloomberg) -- De vermeende fraude bij een Amerikaans filiaal van Ahold was zonder meer het nieuws van de voorbije beursweek. Maar hoewel het om een Nederlands bedrijf gaat, zit de kern van het probleem in de onduidelijke Amerikaanse boekhoudwetgeving. Experts sluiten een nieuwe fraudegolf in de Amerikaanse distributiesector niet uit.

De boekhoudkundige onregelmatigheden bij de Nederlandse supermarktketen Ahold hebben het toch al wankele vertrouwen van de Europese beleggers een nieuwe klap toegebracht. De vaak gehoorde stelling dat het bijna uitsluitend Amerikaanse bedrijven waren die de voorbije jaren in opspraak kwamen, verliest aan overtuigingskracht.

Maar er zijn verzachtende omstandigheden: het was toch maar weer bij een Amerikaanse divisie van Ahold (US Foodservice) dat de problemen opdoken. Bovendien, zeggen boekhoudspecialisten, leent de praktijk van kortingssysteem die in de Amerikaanse distributiesector wordt toegepast, zich bij uitstek tot misbruik en fraude.

De ,,onregelmatigheden'' die Ahold vaststelde, en die het bedrijf deze week bijna driekwart van zijn beurswaarde kostten, hebben te maken met zogenaamde vendor allowances of leveranciersvergoedingen.

Het gaat om vergoedingen die leveranciers aan de supermarkten betalen om voor hun producten promotie te mogen maken, om de beste schapruimte te krijgen of als financiële compensatie voor het leveren van beschadigde producten.

,,Als er ooit een domein was dat zich leende tot problemen, dan is dit het'', zegt Mark Tuniewicz, senior vice chairman van de National Association of Credit Management, een vereniging van bedrijfsdirecteuren die zich bezighouden met kredietverlening. ,,In sommige ondernemingen hebben de leveranciersvergoedingen zich ontpopt tot heuse winstcentra.''

De Amerikaanse beurswaakhond SEC (Securities and Exchange Commission) onderzoekt momenteel of verschillende distributiebedrijven hun winst onrechtmatig hebben opgesmukt door meer inkomsten te boeken dan ze ontvingen.

Het gaat niet alleen om Ahold, maar ook om de Amerikaanse bedrijven Fleming (dat deze week ook onregelmatigheden moest opbiechten), Nash Finch, een keten uit de Midwest, en de nationale keten Kmart, die zich al enkele maanden probeert overeind te houden met een gerechtelijk akkoord.

Volgens experts uit de sector spreken we over bedragen van tientallen miljarden dollar, wat op zich voldoende is om misbruiken uit te lokken. Fleming had met Kmart een exclusieve overeenkomst voor de levering van voedingsartikelen, een relatie die extra ,,kwetsbaar'' is voor fraude.

Twee voormalige toplui van Kmart werden eerder deze week door een rechtbank in Detroit aangeklaagd omdat ze gelogen zouden hebben over een leveranciersvergoeding ter waarde van 42,3 miljoen dollar (39 miljoen euro) van de postkaartenfabrikant American Greetings. Met die betaling wilde het bedrijf zich verzekeren van aantrekkelijke schapruimte voor zijn kaartjes in de Kmart-winkels. Volgens het Amerikaanse gerecht mocht Kmart die betaling echter niet boeken als inkomsten.

Kruideniersketens zoals Ahold bieden volgens experts een vruchtbare voedingsbodem voor verkeerde ,,interpretaties'' van de boekhoudregels over leveranciersvergoedingen. Sommige waarnemers merken daarbij op dat de problemen vooral opduiken bij cliënten van Deloitte Touche Tohmatsu, 's werelds op één na grootste accountingkantoor.

Deloitte is niet alleen de revisor van Ahold, maar ook van Fleming en tot vorige maand ook van Nash Finch. Andere cliënten uit de sector zijn Alberson's en Safeway, de tweede en derde kruideniersketens van de Verenigde Staten. Ook het Belgische Delhaize wordt gecontroleerd door Deloitte.

De omstreden leveranciersvergoedingen kunnen de vorm aannemen van aankoopkortingen of kredietnota's, die vaak gelinkt zijn met de verkochte hoeveelheden. Volgens de Amerikaanse regels moeten distributeurs die vergoedingen boeken als een reductie van aankoopkosten, en dus niet als een aparte bron van inkomsten. Wel hebben ze het recht om vergoedingen die ,,waarschijnlijk'' toegekend zullen worden en waarvan de omvang redelijkerwijs kan ingeschat worden, al van tevoren te boeken.

,,Wat hier blijkbaar is gebeurd, is dat de raming van die bedragen geen verband meer hield met de realiteit'', zegt professor Charles Mulford, die boekhoudkunde doceert aan het Georgia Institute of Technology.

De Financial Accounting Standards Board, het Amerikaanse orgaan dat waakt over de correcte interpretatie van de boekhoudnormen, maakte afgelopen november nog de criteria bekend waar dergelijke schattingen aan moeten voldoen. Maar volgens Tuniewicz zit de vraag hoeveel en wanneer er precies mag worden geboekt, nog altijd in een grijze zone. ,,In zo'n grijze zone neigen mensen ernaar om hun eigen interpretatie toe te passen. Wat we vandaag zien, is daar het ongelukkige gevolg van.''

Volgens boekhouders kan het debacle bij Ahold de start inluiden van een nieuwe stroom financiële schandalen. Omdat ze niet het risico willen lopen om mee aansprakelijk te worden gesteld, zullen alle revisoren nu immers extra streng zijn vooraleer ze de boeken van hun cliënten aftekenen. Ook na de instorting van Enron en zijn revisor Arthur Andersen bleken heel wat auditors plots heiliger dan de paus. Praktijken die ze vroeger oogluikend hadden toegelaten, konden plots niet meer door de beugel.