BRUSSEL -- ,,Ik kan zelf niet meer op alle vragen over het huidige statuut van de sporters antwoorden'', zegt Johnny Maeschalck, nochtans een van de autoriteiten op het vlak van sportrecht in ons land. ,,Het is een ondoorzichtbare lappendeken geworden, waar niemand nog helemaal zijn weg in vindt. Ik pleit al jaren voor een coherent sportersstatuut, maar daar is jammer genoeg nog niet veel van in huis gekomen.''

Kim Clijsters verhitte vorige week nog de gemoederen, niet met een opmerkelijke prestatie, maar met het bericht dat ze eraan dacht België in te ruilen voor Australië -- het land van haar vriend, Lleyton Hewitt -- om aan de loodzware fiscale druk in ons land te ontsnappen. Haar vader Lei was er als de kippen bij om het bericht te relativeren en benadrukte dat dochterlief geen voorkeursbehandeling vraagt.

Maar de politieke molen was intussen al aan het draaien. De Vlaamse minister-president, Patrick Dewael, sprong in de bres voor zijn provinciegenoot en pleitte bij zijn federale collega's voor een aangepast fiscaal en sociaal statuut voor topsporters. Minister van Financiën Didier Reynders liet weten dat te zullen bekijken. De ex-judocoach Jean-Marie Dedecker pleit als senator al jaren voor een duidelijk statuut voor topsporters. Ook het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC) zou samen met zes sportfederaties een tekst voorbereiden (DS 13 februari).

Intussen is de storm weer gaan liggen en is het dossier opnieuw onderaan het stapeltje van de excellenties beland. ,,Zo gaat het altijd. Ik vecht al jaren voor een ernstig statuut voor de topsporters, maar daar is nog niets van huis in gekomen.'', zegt Johnny Maeschalck. Maeschalck verdedigt als advocaat bij Van Landuyt & partners al meer dan 27 jaar topsporters uit alle mogelijke sporttakken en hij doceert sportrecht aan de VUB. ,,Alle aandacht gaat nu naar de topsporters, maar een degelijk statuut is vooral belangrijk voor de mindere goden'', aldus Maeschalck. ,,De regeling voor de sporters vormt een echte lappendeken.''

Sociale zekerheid

Zoals zovele materies is ook de sportbevoegdheid verdeeld over verschillende beleidsniveaus. Als de sporter niet meer verdient dan 7.405 euro per jaar, gaat het om een niet-professionele sportbeoefenaar, een ,,cultuur''-aangelegenheid die onder de bevoegdheid van de gemeenschappen valt. Sporters die meer verdienen, worden beschouwd als betaalde sportbeoefenaars en vallen onder federale bevoegdheid.

,,Het zijn veelal werknemers, en ze vallen zoals u en ik onder de sociale zekerheid.'' Maar de sociale bijdragen die ze moeten betalen, liggen wel een pak lager dan wat een ,,gewone'' werknemer moet afdragen. Een werknemer draagt zelf 13,07 procent af op zijn volledige brutoloon. De werkgever doet daar nog eens 35 procent bovenop.

Sporters betalen ook 13,07 procent, maar dan wel op een geplafonneerd maandbedrag van 1.163 euro. De clubs dragen op datzelfde maandbedrag 25,43 procent af.

,,Een belangrijke nuance is wel dat de sociale verzekering van die sporters minder uitgebreid is'', voegt Maeschalck toe. ,,Ik raad dan ook altijd aan om nog een aantal privéverzekeringen te nemen.''

Ook nadat de fiscus is gepasseerd houden de ploegsporters netto een pak meer in het handje dan u en ik. Voetballers kunnen een groot deel van hun inkomen in een pensioenfonds stoppen en dat verzilveren op hun 35ste, de pensioengerechtigde leeftijd voor een voetballer, na afhouding van 16,5 procent belasting. Een voetballer die bruto 100.000 euro per jaar verdient, kan ruim een kwart daarvan in dat fiscaal vriendelijke pensioenpotje stoppen. Voor het overige betalen de Belgische voetballers net als iedereen de volle pot, met tarieven gaande tot vijftig procent.

Basketbalclub Oostende

Buitenlandse voetballers zijn nog beter af. Zij betalen 18 procent belastingen op hun sportinkomsten in ons land en klaar is Kees. Dezelfde regeling geldt voor basketballers, maar niet voor wielrenners. Kwatongen beweren dat minister Johan Vande Lanotte, met het oog op de uitbouw van de Oostendse basketbalploeg, die regeling een zetje gegeven heeft. Het zou al te flagrant geweest zijn om die regeling alleen voor de basketballers te laten gelden en de voetballers uit te sluiten.

Niet-inwonende sportbeoefenaars betalen in ons land 18 procent belasting en daarmee is de kous af. België heeft immers met de meeste landen een dubbele-belastingverdrag, dat moet vermijden dat de prijzenpot in het thuisland een tweede keer wordt belast.

Maar voor buitenlandse ploegsporters zoals voetballers ligt dat iets moeilijker. Zij wonen meestal met hun hebben en houden in ons land en worden dus gemakkelijk beschouwd als inwoner. Maar de fiscus gaat ermee akkoord dat voetballers en basketballers onder bepaalde voorwaarden geacht worden niet in ons land te wonen, ook al is dat wel het geval.

Buitenlandse kaderleden

Zo'n fictie wordt trouwens niet alleen toegepast om sporters naar ons land te lokken. In dezelfde optiek worden ook kaderleden van buitenlandse ondernemingen positief gediscrimineerd. Ze worden ook al gauw als niet-inwoner aangemerkt, ook al wonen ze in ons land. Ze betalen meestal alleen belasting op de dagen die ze effectief in ons land werken, wat de belastingdruk flink verlaagt, aangezien een pak van die topkaderleden meer tijd op het vliegtuig doorbrengen dan thuis bij de haard. Bovendien worden de bedragen die de expats van hun werkgever krijgen om hun huis te betalen, een trip naar het thuisland te bekostigen of om het verschil in levensduurte goed te maken, meestal nog vrijgesteld van belastingen tot ruim 11.150 euro.

Individuele topsporters, zoals tennissers, motorcrossers, zwemmers of judoka's hebben veel meer vrijheid om fiscaal en sociaal te shoppen. Ze opereren meestal als zelfstandige of hebben hun activiteiten in een vennootschap ondergebracht. Ze zijn niet gebonden aan een werkgever en de geografische band, zeker voor mondiale spelers als Clijsters, is veel kleiner. Zo is Monaco onder meer het fiscale paradijs voor de wielrenner Axel Merckx en de motorcrosser Stefan Everts.

Verandering moeilijk

Critici vragen zich weleens af waarom al die sporters per se een afzonderlijk statuut moeten hebben en niet onder de algemene regels kunnen vallen. Is het dan zo'n schande dat een sporter als de zwemmer Fred Deburghgraeve op het einde van zijn sportcarrière niet renteniert of kan rentenieren, maar als schoenenverkoper door het leven gaat?

,,Eenzelfde socialezekerheidsregeling voor de sporters als voor de gewone werknemers is nu wel heel moeilijk geworden. Heel wat voetbalclubs kreunen al onder de schulden en kampen met achterstallen bij de RSZ'', aldus Maeschalck. ,, Al blijf ik mij afvragen waarom het socialezekerheidsstelsel voor de sporters geamputeerd moet blijven. Sportbeoefenaars hebben bijvoorbeeld nog altijd geen recht op betaalde vakantie. Na het arrest-Bosman zijn kansen gemist om het sportrecht grondig te herdenken.''