Tussen de plooien van Heart of Darkness

Robert Edrics antwoord op Joseph Conrads klassieker


In naam van de heiden speelt in een afgelegen Engelse handelspost in Congo, in 1897. Dat tijdstip is, zowel vanuit Engels als vanuit Belgisch perspectief, allerminst neutraal is. Het verhaal is even simpel als complex. De Engelsman Nicolas Frere wordt verdacht van moord op een inheems kind. Er loopt een onderzoek tegen hem. Terwijl Frere in een geïmproviseerde gevangenis wacht op de komst van een opsporingsambtenaar van de Compagnie, probeert zijn vriend, James Frasier, de feiten te reconstrueren. Zo hoopt hij het onvermijdelijk fatale vonnis dat Frere te wachten staat, te kunnen afwenden. Frasier is een op het eerste gezicht erg betrouwbare verteller. Naarmate het verhaal vordert, blijkt echter dat hij bijzonder naïef is, wat zijn getuigenis heel wat minder betrouwbaar maakt.

Frere is een antropoloog die naar Congo is gekomen omdat hij als een ware ontdekkingsreiziger getuige wil zijn van inheemse rituelen. In de handelspost, waar alles om winst draait, wordt hij daarom beschouwd als een dilettant.



Robert Edric situeert zijn verhaal op het eind van de negentiende eeuw, op een moment dat de slavenhandel nog openlijk bestaat in Congo, getuige de aanwezigheid van een Arabische slavenhandelaar die al veel langer dan de Belgen in het gebied aanwezig is, en zijn praktijken ...