Trou Moet Blycken

Gerrit Komrij bespreekt Woningloze van J. Slauerhoff

Woningloze

Alleen in mijn gedichten kan ik wonen,

Nooit vond ik ergens anders onderdak;

Voor de eigen haard gevoelde ik nooit een zwak,

Een tent werd door de stormwind meegenomen.

Alleen in mijn gedichten kan ik wonen.

Zolang ik weet dat ik in wildernis,

In steppen, stad en woud dat onderkomen

Kan vinden, deert mij geen bekommernis.

Het zal lang duren, maar de tijd zal komen

Dat vóór de nacht mij de oude kracht ontbreekt

En tevergeefs om zachte woorden smeekt,

Waarmee 'k weleer kon bouwen ...

Niet te missen