PROZA.Het monster van Schotelcity

Nieuwe Van Beijnum over zinloos geweld

Ze wonen in Slotermeer, de buurt in Amsterdam-West waar allochtone jongeren vorig jaar de politie op de vlucht joegen. Hun namen zijn Rachid, Otman, Jamal en Berry. Ze komen bijeen in de snackbar van Fast Eddie, zijn gek op merkkleding, snuiven graag coke of slikken een pilletje. Maar tegen een pilsje of een felgekleurde cocktail zeggen ze ook geen nee - als het maar véél is en effect heeft: de verveling doorbreken, lol hebben. Voor een crimineel akkefietje schrikken ze beslist niet terug. Zijn zulke jongens kansarme verschoppelingen van deze maatschappij of is het gewoon tuig van de richel?

Kees van Beijnum spreekt zich daarover niet uit in zijn vijfde roman De oesters van Nam Kee . Binnen de literatuur hoeft dat ook niet. Liever niet zelfs: een tendensroman is per slot van rekening doorgaans iets van een lagere literaire orde. Maar omdat Van Beijnums proza in zijn keuze voor maatschappelijk brandbare onderwerpen en zijn werkelijkheidsgetrouwe uitwerking vaak doet denken aan een vaardige journalistieke reportage van binnenuit, valt zijn gebrek aan moralisme in deze juist op. Menig ...

Niet te missen