BRUSSEL -- Wanneer u een fiscale zaak wil voorleggen aan een rechtbank of een hof van beroep, dan kan u niet om het even waar terecht. U moet de zaak brengen voor de rechtbank die bevoegd is voor het gebied waar het kantoor gevestigd is waar de belasting betaald moet worden. Vennootschappen die gevestigd zijn in Waals-Brabant, moeten hun belastingen betalen aan het ontvangkantoor van Namen. Dat valt in het ressort van het hof van beroep van Luik. In een aantal recente arresten heeft dat bof echter geweigerd om kennis te nemen van zaken die betrekking hebben op ondernemingen die gevestigd zijn in Waals-Brabant.

Al jaren moeten fiscale procedures worden gebracht voor de rechtscolleges die bevoegd zijn voor het gebied waarin het ontvangkantoor is gevestigd. Hieraan is niets veranderd door de hervorming van de fiscale procedure.

Wie bepaalt evenwel welk ontvangkantoor bevoegd is om de belasting te innen? Op grond van het inmiddels afgeschafte artikel 297 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen, heeft de secretaris-generaal van het ministerie van Financiën het ontvangkantoor van Namen 4 aangeduid voor de inning van de belasting verschuldigd door vennootschappen die gevestigd zijn in Waals-Brabant. In de toekomst zal dit bij koninklijk besluit geregeld worden, maar er mag van uitgegaan worden dat er op dit vlak geen wijzigingen gepland zijn.

Dezelfde vennootschappen moeten, volgens een ministerieel besluit van 4 augustus 1978, ook hun bezwaarschriften tegen de aanslagen in de vennootschapsbelasting indienen bij de gewestelijke directie der belastingen in Namen. De vennootschappen van Waals-Brabant moeten zich voor hun fiscale geschillen dus eerst verplaatsen naar Namen en daarna, althans onder de oude regeling, naar Luik. Sinds de hervorming van de fiscale procedure kunnen zij bij de rechtbank van eerste aanleg van Namen terecht.

Sinds vorig jaar is het hof van beroep van Luik het echter beu om ook zaken voor Waals-Brabant op te lossen. Het is tot de bevinding gekomen dat het enkel de moeilijker vennootschapsdossiers krijgt voorgeschoteld. De dossiers van particuliere personen worden immers door het hof van beroep van Brussel behandeld. Hun ontvangkantoren liggen binnen het rechtsgebied van het hof van Brussel.

Niet alleen creëert de belastingadministratie door dit onverantwoorde onderscheid een verboden discriminatie tussen vennootschappen en particulieren, maar de Waals-Brabantse vennootschappen worden op deze manier ook weggehaald bij hun natuurlijke rechter, die het hof van beroep van Brussel is. Ook dat vormt een inbreuk op een grondwettelijk recht van de belastingbetaler.

Het hof van beroep van Luik verwijst nu systematisch alle zaken die betrekking hebben op belastingplichtigen gevestigd in Waals-Brabant naar het hof van beroep van Brussel. Het merkwaardige is dat het hof dat van ambtswege doet, zonder dat dit door de betrokkenen gevraagd wordt.

Voor de belastingbetaler is dit een vergiftigd geschenk. Eerst en vooral heeft hij vaak al verschillende jaren geduld moeten oefenen vooraleer zijn zaak werd opgeroepen door het hof van beroep van Luik. Daarna ziet hij zijn dossier verwezen naar het al zwaar overbelaste hof van beroep van Brussel, waar hij opnieuw mag aanschuiven en zijn beurt afwachten.

Indien er na al die jaren proces nog een te betalen belastingschuld overblijft, zal hem voor al die vertraging ook nog de rekening worden gepresenteerd in de vorm van de nalatigheidsinteresten, momenteel tegen een tarief van 7 procent per jaar.

Spijtig dat het recht op berechting binnen een redelijke termijn niet geldt in fiscale zaken, zo niet zou het hof van beroep van Brussel kunnen overwegen om al deze zaken ambtshalve in het voordeel van de belastingbetaler te beslechten.

(De auteur is advocaat bij Dumon, Sablon & Vanheeswijck. Vroegere teksten kunt u raadplegen op www.standaard.be )