Alan Greenspan sprak donderdag voor de eerste maal sinds zijn herbenoeming tot voorzitter van de Federal Reserve (Fed), de Amerikaanse centrale bank. Hij loofde alweer de prestaties van de VS-economie, maar staat zelf voor een verscheurende keuze.

De langste expansieperiode in de VS bedroeg tot nu toe 106 maanden, in de jaren '60, maar dat record zal volgende maand gebroken worden. De 74-jarige Fed-voorzitter heeft heel wat verdiensten aan deze bloeiperiode. Toen de magische grens van 5,5 % werkloosheid werd overschreden, remde hij de economie niet fors af zoals sommige economen aanraadden. Hij loodste het economische schip naar onverkende wateren, en belandde uiteindelijk in the new economy , een paradijs waar sterke groei en lage inflatie hand in hand gaan.

De nieuwe technologieën spelen hierin een cruciale rol. Volgens het Amerikaanse bureau voor e-commerce heeft informatietechnologie sinds 1995 elk jaar één procentpunt bijgedragen aan de economische groei en één procentpunt aan de daling van de jaarlijkse inflatie. De digitale economie staat dus in voor sterke economische groei, de creatie van goedbetaalde jobs, hoge productiviteit en lage inflatie.

Maar Greenspan staat voor een moeilijke opdracht. Er groeiden onevenwichten. Het aanbod beschikbare arbeidskrachten is uitgeput. Door de sterke stijging van de activa (aandelen, maar ook vastgoed) ontstond een gevoel van rijkdom, waardoor gezinnen minder sparen en meer consumeren.

Zelfs als de beurs met 20 % zakt, zal de consumptiegroei nog verscheidene jaren ondersteund blijven. De Fed verhoogde vorig jaar al meermaals de rente, maar dit had schijnbaar weinig effect op de groei: die blijft rond zo'n 4 % per jaar.

Zoals de grafiek duidelijk maakt, zwakten die rentestijgingen wel degelijk al een deel van de economie af, maar dan vooral de ,,oude economie'', de traditionele sectoren. Die daling werd ruimschoots gecompenseerd door een steeds grotere groei van de ,,nieuwe economie'', de investeringen in IT (hardware en software), telecom en andere technologieën.

Greenspan staat nu voor een dilemma. De economie moet vertragen om de druk van de ketel te halen. Hij moet de groei in de nieuwe economie een halt toeroepen, want de oude is al aan het vertragen. De VS hebben echter precies behoefte aan een immer groeiende ,,nieuwe economie'' om de heilzame cirkel van sterke groei en lage inflatie in stand te houden.

Daarbij komt nog dat renteverhogingen weinig zullen uithalen om de new economy te vertragen. De waardering van de Nasdaq-beurs is voor dit deel van de economie wellicht belangrijker dan het niveau van de kortetermijnrente. De waardering van de Amerikaanse beurs toont echter dezelfde discrepantie als de economische groei: het verschil tussen traditionele sectoren en hightech is erg groot.

De waarderingsmethode die aan de Fed wordt toegeschreven, toont aan dat de beursindex S&P-500 gevaarlijk duur is (de vergelijking met 1987 ligt voor de hand), maar gezuiverd voor de tech-aandelen is de beurs niet duur. Die discrepantie was er niet in 1987.

Alan Greenspan schijnt te beseffen dat de situatie gevaarlijk wordt, en had enkele scherpe passages in zijn redevoering. Het finale oordeel over de uitzonderlijke groeiperiode zal in 2010 worden gemaakt. Zo is het best mogelijk, zei hij, dat er dan zal worden gesteld dat een groot gedeelte van de zogezegd nieuwe economie een zoveelste euforische en speculatieve zeepbel was. Zijn taal was dus harder dan de ,,irrationele exuberantie'' van 1996. Hij noemde de waarderingen van internetaandelen ,,buiten alle proportie'' en ,,wankel''.

De Fed-voorzitter wond er geen doekjes om. Als een trend niet verder kan gaan, dan stopt hij, stelt hij correct vast. De trend van groeiende consumptie door het rijkdomseffect zal dus maar stoppen door ontwikkelingen in de financiële markten. De waarde van de activa (lees: aandelen) moet daarvoor niet dalen, maar minstens gelijk lopen met de groei van het inkomen (en dat is minder dan 5 % nominaal en geen 20 % per jaar).

Op 2 februari zal Greenspan één van zijn moeilijkste beslissingen moeten nemen. Een nieuwe renteverhoging kan de oude economie in recessie storten zonder de nieuwe af te koelen. Een algemene beurscorrectie kan de stabiliteit van de VS en de rest van de wereld verstoren. In de handboeken van centrale banken staat geen hoofdstuk over het begeleiden van een ,,selectieve beurscorrectie''. Als er, bij de terugblik in het jaar 2010, geen paragraaf staat over de harde landing van de economie aan de start van het nieuwe millennium, dan zal Greenspan werkelijk een tovenaar gebleken zijn. Zijn ongerustheid toont echter aan dat hij de juiste formule of toverspreuk voor dit dilemma nog niet heeft gevonden.

(De auteur is hoofdeconoom bij Petercam.)