Bedrijven die hun personeel maaltijdtickets aanbieden, mogen de kosten die daaraan verbonden zijn onder bepaalde voorwaarden aftrekken van hun belastingen. Dat besliste het Antwerpse hof van beroep onlangs in een arrest dat verstrekkende gevolgen kan hebben, zeker voor het statuut van de erg populaire maaltijdcheques.

Ondernemingen kunnen op drie manieren tussenkomen in de maaltijdkosten van hun personeel. Ze kunnen een bedrijfsrestaurant ter beschikking stellen en (een deel van) de kostprijs van de maaltijden die daar worden geserveerd voor hun rekening nemen. Ze kunnen maaltijdtickets of -bonnetjes verkopen waarmee je in specifieke restaurants tegen gereduceerde prijzen kan eten, en er zijn de maaltijdcheques.

Luc Coppens
©mh

Een eigen bedrijfsrestaurant heeft meestal pas zin als de onderneming groot genoeg is om op een voldoende grote schaal een voldoende gevarieerd menu aan te bieden. Anders wordt het een te dure zaak of moet al te sterk op de kwaliteit worden beknibbeld. In beide gevallen dreigt het restaurant leeg te lopen.

Maaltijdcheques zijn dan de oplossing. De werknemer kiest zelf waar hij ze besteedt, of hij er in een restaurant mee betaalt of zijn boterhammen meebrengt en met de cheque zijn weekeindinkopen in de supermarkt financiert.

Fiscaal zijn de drie oplossingen voor de werknemer gelijk. Bij twee van de drie (cheques en tickets) moet hij zelf minstens 44 frank betalen. Verder niets. Voor de werkgever is er wel een verschil. De kosten van de maaltijden in het bedrijfsrestaurant mogen afgetrokken worden van de belastingen -- als de werknemer ten minste een eigen bijdrage van minstens 44 frank betaalt. Ligt de eigen bijdrage lager, dan wordt het verschil in mindering gebracht van de aftrekbare kosten.

De patronale kosten van maaltijdcheques of -tickets zijn niet aftrekbaar. De fiscus spreekt van ,,verworpen uitgaven''.

Maar het hof van beroep in Antwerpen besliste nu dat een bedrijf dat vroeger over een restaurant beschikte, maar dat voordeel door een verhuizing moest schrappen wegens plaatsgebrek, de kosten van de maaltijdtickets die het restaurant vervangen, mag aftrekken. Het Antwerpse hof vindt dat het bedrijf door die tickets ,,zelf een hoofdmaaltijd aanbiedt.''

Volgens eminente fiscalisten kan het arrest verstrekkende gevolgen hebben, ook voor de veel meer verspreide maaltijdcheques. Het bedrijfsrestaurant was tot nu toe een van de weinige gevallen waar een voordeel dat niet belastbaar is langs de kant van wie het geniet (werknemer), toch fiscaal aftrekbaar is voor degene die het aanbiedt (werkgever). Daar komen dus nu de maaltijdtickets bij en het is allicht gewoon wachten tot de eerste zaak van maaltijdcheques aanhangig wordt gemaakt.

In princiep zijn maaltijdcheques een ,,belastbaar voordeel van alle aard'', en moet je er evenveel belasting op betalen als op je loon. Voor het bedrijf zijn het uitgaven die als bedrijfskosten kunnen worden afgetrokken.

Als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, worden maaltijdcheques echter een ,,sociaal voordeel''. In dat geval wordt de werknemer er niet op belast, maar zijn ze evenmin fiscaal aftrekbaar voor het bedrijf. Alleen de kosten die de uitgever van de maaltijdcheques aanrekent voor het drukken, de levering, als commissieloon,... kunnen worden ingebracht als bedrijfskosten.

De voorwaarden waaraan een maaltijdcheque moet voldoen om als sociaal voordeel aanvaard te worden, zijn cumulatief. Ze moeten dus allemaal vervuld zijn om het statuut te krijgen.

De cheques mogen niet worden toegekend als vervanging van bestaande verloningen zoals vakantiegeld, eindejaarspremie, een deel van het gewone salaris,... en zelfs niet in plaats van een loonsverhoging.

Maaltijdcheques zijn geen individueel voordeel. Ze moeten aan alle werknemers of alleszins aan een duidelijk omgeschreven groep personeelsleden worden toegekend.

De werkgever mag ten hoogste 180 frank betalen per maaltijdcheque. De werknemer moet minstens 44 frank bijdragen in de kosten. De cheque mag dus niet meer dan 224 frank (180 + 44) waard zijn.

Er mag maar één cheque worden toegekend per effectief gepresteerde werkdag van minstens vijf uur.

Om bovendien ook vrijgesteld te worden van sociale zekerheidsbijdragen, moet nog aan enkele extra voorwaarden worden voldaan. Zo moet de toekenning van de cheques opgenomen zijn in een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) of (voor kleine bedrijven) in een schriftelijke individuele overeenkomst.

De cheques moeten ook duidelijk vermelden dat ze alleen gebruikt mogen worden voor het aankopen van een maaltijd (in restaurants) of gebruiksklare voeding. In de praktijk zijn de meeste winkels en supermarkten daar nogal ,,soepel'' in omdat het effectieve gebruik van de cheques toch bijna niet kan worden gecontroleerd.

Een maaltijdcheque mag niet meer dan drie maanden geldig blijven en moet op naam zijn.

Maaltijdcheques en een bedrijfsrestaurant konden vroeger niet worden gecombineerd. Ofwel stelde je als werkgever een restaurant ter beschikking, ofwel waren er maaltijdcheques. Beide samen kon niet.

Die bepaling werd versoepeld, maar je bent verplicht de maaltijdcheques in het bedrijfsrestaurant te gebruiken als de maaltijden daar gesubsidieerd worden. De kostprijs van een volledige maaltijd was vorig jaar door de fiscus vastgesteld op 150 frank en dit jaar op 180 frank.

Voor dat bedrag mag een volledige maaltijd geserveerd worden. Die omvat soep of een klein voorgerecht, een warme of koude hoofdschotel, dessert en drank.

Betaal je voor zo'n maaltijd minder dan 180 frank, dan moet ze betaald worden met een maaltijdcheque waarop geen wisselgeld kan worden verrekend. Bedraagt de prijs van een volledige maaltijd 180 frank of meer, dan heb je de vrije keuze hoe je betaalt.

Door de verhouding maaltijdcheques-bedrijfsrestaurant alleen te definiëren in termen van een volledige maaltijd, heeft de wetgever echter een grote grijze zone laten bestaan. Welke regeling geldt voor mensen die enkel een broodje en een kop soep gebruiken? Of een voorgerecht en een hoofdschotel, zonder dessert en enkel leidingwater als drank?

Moet iemand die tot voor de toekenning van maaltijdcheques voor 95 frank een soep en een hoofdschotel verbruikte, nu plots een cheque van 224 frank gebruiken waarop hij geen wisselgeld terugkrijgt? Akkoord, hij/zij kan voortaan ook een dessert en drank toevoegen aan het dagelijks menu, maar vindt de betrokkene dat de moeite waard?

In de praktijk is de fiscus nogal soepel in die dingen en laat hij oogluikend toe dat een cheque in zo'n gevallen gebruikt wordt voor verscheidene ,,onvolledige'' maaltijden. Veel bedrijven werken in het restaurant met een soort protonkaart. Maaltijdcheques kunnen dan als alternatief voor cash worden gebruikt om die kaart te stijven.

Uiteraard kan niemand voorspellen hoe de houding van de fiscus de komende jaren zal evolueren, maar het valt op dat de kostprijs van een volledige maaltijd, zoals die jaarlijks gedefinieerd wordt door diezelfde fiscus, snel de hoogte ingaat (120 frank in 19989, 150 frank vorig jaar, 180 frank dit jaar) terwijl de cheque zelf geplafonneerd blijft op 224 frank. Voor werknemers van bedrijven die over een eigen restaurant beschikken, wordt het voordeel dus tegen hoog tempo uitgehold.

Bekijk even de situatie van iemand die in 1998 in het bedrijfsrestaurant nog cash kon betalen omdat een volledige maaltijd werd aangeboden voor 120 frank. Daarnaast kreeg hij elke werkdag 180 frank (224 min 44 frank eigen bijdrage) netto in handen onder de vorm van een maaltijdcheque. Na aftrek van de echte maaltijdkosten bleef dus een voordeel over van 60 frank per dag. Op 210 werkdagen vertegenwoordigt dat 12.600 frank.

Diezelfde werknemer kan nu in het bedrijfsrestaurant een volledige maaltijd krijgen tegen 125 frank (120 frank plus twee jaar inflatie). Dat is volgens de fiscus minder dan de kostprijs (180 frank), dus moet hij zijn maaltijdcheques gebruiken. Om 125 frank te betalen moet hij een cheque geven van 224 frank. Daardoor is hij het voordeel van 60 frank per dag volledig kwijt. Wat overblijft is een maaltijd die volledig betaald is door de baas.

Daar tegenover staan de kosten voor de werkgever. Op maaltijdcheques zijn geen patronale bijdragen verschuldigd en ze zijn ook vrijgesteld van sociale zekerheidsbijdragen. Maar ze worden evenmin als bedrijfskosten beschouwd. Steeds volgens de tot nu toe ijzeren fiscale wet dat wat niet belastbaar is in hoofde van de ontvanger, ook niet aftrekbaar is langs de kant van de betaler, en omgekeerd.

De enige uitzonderingen op die ijzeren wet waren -- tot voor het Antwerpse arrest -- de collectieve voordelen van geringe waarde die niet of moeilijk kunnen worden geïndividualiseerd (sinterklaasfeest, bedrijfsrestaurant,...); wel individualiseerbare voordelen die geen bezoldiging vormen maar hulpverlening beogen in uitzonderlijke omstandigheden (financiële hulp bij zware medische behandelingen, smartgeld bij het overlijden van een familielid,...); gelegenheidsgeschenken (huwelijk, geboorte van een kind, jaarlijkse ,,dag van het personeel''...)

Het Antwerpse arrest doorbreekt de band aftrekbaarheid-belastbaarheid, en dat kan verregaande gevolgen hebben. Voor een bedrijf met 200 werknemers die allemaal 210 maaltijdcheques per jaar krijgen, lopen de patronale kosten op tot ruim 7,5 miljoen frank (180 frank patronale bijdrage per cheque, maal 210 dagen, maal 200 werknemers).

Het is dus evident dat binnenkort ook bedrijven die maaltijdcheques toekennen, bij de rechtbank zullen aankloppen om de aftrekbaarheid van de daaraan verbonden uitgaven te vragen. En dan wordt het afwachten hoe de fiscus zal reageren. Dat die niet warm zal lopen bij het idee dat hij aan maaltijdcheques niet alleen niets verdient, maar ook nog een fiscale aftrek moet toestaan, lijkt evident. Het wordt wachten op een reactie.