Wie beurs zegt, denkt aan massa's geld, grote bedrijven en internationale handel. Maar de beurs is meer dan een plaats waar slimme zakenlui speculeren en aandelen verhandelen. Het is een theater waar het spel van macht en emotie netjes volgens regels wordt gekanaliseerd en waar hoop en angst de koersen beïnvloeden.

De beurs is vandaag ook een vorm van democratie, een logisch gevolg van de toegenomen financiële vrijheid van de gewone burger. En dat verklaart meteen waarom de gemiddelde Belg opgewonden uitkijkt naar de beursgang van Interbrew, onze eigenste bierbrouwer die ook marktleider werd in Canada, en fel gesmaakt in Nederland en het Verenigd Koninkrijk.

De grootste Belgische beursgang aller tijden wordt met argusogen gevolgd door Jan en Alleman, en dat niet enkel wegens de puike bedrijfsresultaten die de Belgische brouwer de jongste vijf jaar kon voorleggen. Neen, de belangstelling voor de beursgang van Interbrew heeft ook te maken met streekgebonden trots of het verhaal van ons thuisbier Stella, dat vrij snel de wereld veroverde en nu in ruim tachtig landen wordt gedronken. Een successtory waar de kleine Belgische belegger wel heel erg warm voor loopt.

Edwige Roels en Nathalie Bekx
©mh

De strategie van Interbrew is tevens een lesje in marketing voor de grote beleggers: terwijl de groep steeds meer kleine brouwerijen van de markt concurreerde en het aantal cafés en streekbieren spectaculair in aantal verminderde, slaagde Interbrew erin de emoties voor verschillende soorten bier weer hevig te doen oplaaien.

En die prestatie is dan weer een schoolvoorbeeld voor andere sectoren. Nauwelijks één generatie terug vond je een café op elke straathoek, vandaag vind je langs Vlaamse wegen bijna evenveel bankkantoren, het ene al gespecialiseerder dan het andere. Uit het verhaal van Interbrew kan de bank- en verzekeringswereld alvast leren dat fusies en overnames vlot kunnen verlopen, als je maar een duidelijk profiel kunt neerzetten voor de consument. En net daar wringt het schoentje, want in de financiële sector doet iedereen zowat alles. En de klant? Die hoort overal dat hij centraal staat: hij wordt overspoeld met goede bedoelingen en dito reclamespots, maar weet nauwelijks waarin bank A verschilt van bank B.

Hetzelfde geldt trouwens voor de wereld van telecom. Elk telefoniebedrijf zit graag op één lijn met u, tot u eens belt voor gedetailleerde info op uw maat. Autoconstructeurs munten uit in sterk gelijkende wagenmodellen en reclamecampagnes. Zelfs de voedingsdistributie scoort niet veel beter: de moderne consument loopt verloren in de overvloed van de eigentijdse supermarkt, wanhopig op zoek naar de Unique Selling Proposition. Je zou van minder een punthoofd krijgen.

,,Think global en act local'' is ondertussen de missie voor elk bedrijf dat zichzelf respecteert of gerespecteerd wil worden. Vandaag ontpopt Interbrew zich immers als nummer één in de ,,emerging markets'' van Oost-Europa over Mexico tot zelfs in Zuid-Korea. Dat inspireerde onze bierjongens alvast tot de ondertitel: the world's local brewery. Een statement waarin de biermarketeers beloven dat ze rekening houden met de lokale gevoeligheden en gewoonten.

Anderzijds komt het er voor Interbrew nu -- meer dan ooit -- op aan om de afkomst van het bier niet te verloochenen: het zou dramatisch zijn als de nieuwe consument bijvoorbeeld de Stella-sensatie zou verwarren met één of ander Zuid-Europees fluitjesbier. Mijn thuis is waar mijn Stella staat, en dat is vooralsnog in Leuven. Niet in Londen en zeker niet in Italië, zoals het grapje in de meest recente Stella-spot vertelt. Want zeg nu zelf: elk groot merk heeft toch een krachtig profiel, een meeslepend verhaal en sterke wortels?

De auteurs zijn trend- en mediawatchers van het adviesbureau Bekx&X

  • Deze rubriek verschijnt elke week op zaterdag.