De ethische belegger draagt geen geitenwollen sokken meer. De wat wereldvreemde activist, die vooral niet in de wapenhandel, kernenergie of de tabaksindustrie wil beleggen, wordt verdrongen door de nuchtere ,,goede huisvader''. Die kan tegenwoordig met de cijfers in de hand bewijzen dat ethisch verantwoord beleggen zijn kinderen geen frank armer zal maken.

De pionier van het ethisch beleggen in ons land was de ASLK -- toen nog een zuivere overheidsbank -- die halfweg de jaren tachtig begon met het Krekelsparen, een spaarboekje dat geld kanaliseert naar sociaal en ethisch verantwoorde projecten. De spaarder kan een deel van het rendement afstaan aan Netwerk Vlaanderen of aan een vernieuwend sociaal project van zijn/haar keuze.

Luc Coppens
©mh

Na verloop van tijd werd dit soort sparen ook aangeboden door de Triodos Bank -- die ook als instelling het predikaat ,,ethisch'' verdient -- en kleinere spaarbanken als HBK (Hefboomsparen) en VDK. Sinds kort biedt ook het grote Fortis een ethische spaarformule aan.

Maar de beginjaren waren moeilijk en alleen een kleine maar harde kern van principiële beleggers stapten -- met de geitenwollen sokken aan -- in de formule.

Na een vijftal jaar stond er minder dan 900 miljoen op ethische spaarboekjes.

De doorbraak op de Belgische markt kwam er pas in de jaren negentig, toen de ethische beleggingsfondsen hun opwachting maakten. Eerst waren ze uitsluitend afwijzend georiënteerd. Wapenproductie en -handel mocht niet, evenmin als kernenergie, tabak en andere producten waarvan bewezen is of sterk vermoed wordt dat ze de gezondheid schaden. De fondsen investeren evenmin in landen die een loopje nemen met de democratie of er ,,ongewenste'' handelspraktijken op nahouden.

Nadien kwamen de fondsen van de tweede generatie die een beperkt aantal positieve criteria hanteren. Ze beleggen uitsluitend in bedrijven die aan bepaalde, ethisch geachte criteria beantwoorden. Welke die criteria zijn, bepaalt het fonds zelf.

Fondsen van de derde generatie beleggen in bedrijven die een ,,sociaal-ecologisch-ethische meerwaarde'' bieden. Dat zijn ondernemingen waar sociale, ethische en ecologische overwegingen een integraal en expliciet onderdeel vormen van het beleid.

Vooral Bacob -- de christelijke arbeidersbank -- lanceerde een reeksje compartimenten van zijn Stimulusfonds en is marktleider met een derde van de ethische fondsen in ons land en een beheerd vermogen dat midden vorig jaar meer dan 10 miljard frank bedroeg (op een totaal van ruim 15 miljard).

Ethisch beleggen werd dus tot op heden vooral aangeboden door instellingen die hun wortels in het sociale hebben en die niet altijd de onmiddellijke rendabiliteit als eerste prioriteit hanteerden. Zij gaan ervan uit dat een deel van hun klanten belangstelling heeft voor andere manieren van beleggen.

En dat blijkt te kloppen. Sinds 1984 verdubbelde de markt gemiddeld om de 18 maanden. Het aantal ethische beleggers en spaarders werd midden vorig jaar door Tim Benijts van de Antwerpse handelshogeschool ,,voorzichtig'' geraamd op 90.000, een verviervoudiging in minder dan vier jaar tijd. Het gemiddeld ethisch geïnvesteerde bedrag per Belg klom in diezelfde periode van minder dan 450 frank tot 2.300 frank.

Toch blijft ethisch beleggen in ons land met 0,06 procent van het totale spaarvolume, minder dan 1 procent van de bevolking en maar dik een half procent van het door beleggingsfondsen beheerd vermogen, een heel marginaal fenomeen.

Heel anders is het gesteld in de Verenigde Staten, waar het ,,verantwoord'', of ,,sociaal verantwoord'' beleggen al in 1928 ontstond in kringen van Quakers en kloosterorden. Daar wordt tegenwoordig één dollar op tien ethisch belegd. Als enkel naar het vermogensbeheer wordt gekeken, stijgt de verhouding zelfs tot één dollar op acht.

Maar zal het ethisch beleggen de geschiedenis ingaan als een financiële modegril van rond de eeuwwisseling, of wordt het de nieuwe financiële standaard voor de eenentwintigste eeuw?

Een vraag voor de vermogensbeheerders van de Antwerpse Bank Delen die woensdag haar eerste ethisch beleggingsfonds lanceerde en voortaan ook ethisch vermogensbeheer voor meer gefortuneerde klanten aanbiedt (DS 27 april).

,,Hoe langer ik met dit soort beleggingen bezig ben en met de criteria waarop zij zich baseren'', zegt vermogensbeheerder Guy Mattan van Bank Delen, ,,hoe meer er voor mij een wereld opengaat''. Mattan spreekt liever van ,,verantwoord'' of ,,duurzaam'' dan van ,,ethisch'' beleggen, ,,omdat die term zo beladen is, zo refereert aan de oorspronkelijke harde kern van anti-beleggers voor wie financieel rendement nauwelijks belang had''.

Dat ook een gereputeerd vermogensbeheerder als Bank Delen zich nu in het ethisch of verantwoord beleggen stort (DS 27 april) , illustreert duidelijk dat het rendement geen probleempunt (meer) is. ,,Integendeel zelfs'', weert Mattan af, ,,simulaties wijzen uit dat verantwoorde beleggingen het in de diverse deelmarkten minstens even goed doen als de referentie-indexen.''

,,Het heeft trouwens niet de minste zin'', mengt voorzitter Jacques Delen zich in het gesprek, ,,om ethisch te beleggen als je daarvoor 5 of 10 procentpunten rendement moet laten staan. Beleg dan liever onethisch en schenk het verschil weg aan instellingen waar je kunt achterstaan.''

Bank Delen wijkt voor het ethisch beleggen overigens in geen enkel opzicht af van de ,,goede-huisvader-criteria'' die het bijna 75 jaar oude huis zo dierbaar zijn. ,,Eerst kijken we naar de traditionele financiële normen, en pas als een bedrijf die test passeert gaan we na of het bedrijf voorkomt op de lijst van de ethisch verantwoorde ondernemingen.''

Die lijst wordt opgesteld door Ethibel, de Belgische vzw die zich sinds enkele jaren met recht en reden de ,,waakhond'' van de ethische spaarmarkt mag noemen. Aan de hand van een hele reeks criteria schat Ethibel het ethisch karakter van bedrijven in. Het doet dat niet uitsluitend op basis van boekhoudkundige gegevens, maar ook door gesprekken met management, klanten, personeelsleden en vakbonden. Ethibel kan daarvoor terugvallen op een wereldwijd netwerk van 150 onderzoekers.

Zo wordt bijvoorbeeld nagegaan hoe het milieumanagementsysteem functioneert, wat de houding is tegenover de overheid, ontwikkelingslanden, klanten, personeel, leveranciers,... Pas als een bedrijf op al die punten goed scoort, haalt zij het Ethibel-label en belandt ze op de lijst van ethische ondernemingen die nu ongeveer 200 bedrijven telt uit nagenoeg alle grote beleggingssectoren.

,,Onze normen'', zegt directeur Herwig Peeters van Ethibel, ,,interesseren de klassieke analist steeds meer. Er is een groeiend besef -- hoewel het verband niet wetenschappelijk kan worden bewezen -- dat bedrijven die rekening houden met het maatschappelijk debat en proberen het te integreren in hun manier van werken, op termijn ook bedrijfseconomisch goed presteren.''

De Ethibel-analyses zijn heel genuanceerd, merken de mensen van Bank Delen -- en overigens niet alleen zij -- op. Kernenergie bijvoorbeeld kan in princiep niet, maar nucleaire toepassingen in de geneeskunde worden wel aanvaard. Ook gentechnologie is in de ogen van Ethibel niet per definitie slecht.

,,Eigenlijk'', zeggen Mattan en Delen, ,,was het voor ons geen echte verrassing toen we vaststelden dat ongeveer de helft van de bedrijven die op onze eigen lijst van interessante ondernemingen voorkomen, ook op de Ethibel-lijst prijken.'' ,,Maar'', geeft Delen toe, ,,er zitten in onze gewone selectie ook bedrijven die bij de ploeg van Herwig Peeters op de zwarte lijst staan.''

Telecom en vooral technologie zijn de twee best vertegenwoordigde sectoren in de Ethibel-selectie. ,,Niet echt verrassend'', merkt Mattan op. ,,Technologie is een jonge sector die geen ecologische, sociale of andere lasten uit het verleden meezeult.''

De enige sectoren die ronduit slecht aan bod komen zijn energie, grondstoffen en in mindere mate nutsbedrijven en holdings. Voor de eerste drie sectoren spelen ecologische overwegingen (kernenergie, oliewinning en -vervoer op zee, niet-hernieuwbare energie- en grondstofbronnen,...). De activiteiten van holdings zijn zeer ondoorzichtig en dus moeilijk te controleren. Zij worden daarom uitgesloten.

Zowat de helft van de bedrijven heeft zijn hoofdzetel in de Verenigde Staten, gevolgd door de euro-zone met 25 procent, de rest van Europa met ongeveer 13 procent en het Pacific-gebied met 12 procent.

Bank Delen is de eerste in ons land die uit het Ethibel-aanbod een wereldwijd beleggingsfonds heeft samengesteld.

Andere boden al Europese of Noord-Amerikaanse selecties aan, maar echt volledig internationaal was tot nu toe geen enkel beleggingsfonds dat aan de ethische criteria voldoet.

Die ruime basis biedt ook betere garanties voor het rendement, zeggen Mattan en Delen. Verscheidene studies wijzen immers uit dat ethische en andere beleggingsfondsen in princiep dezelfde prestaties halen, maar dat de smallere selectiebasis en vooral het overwicht van relatief kleinere bedrijven in de ethische selectie, vergelijken niet evident maakt.

Het overwicht van die kleinere bedrijven in de ethische portefeuilles is vooral een gevolg van de vaak geografisch en/of sectoraal sterk uiteenlopen activiteiten van echt grote bedrijven. Die maken daardoor meer kans om tegen een van de uitsluitingscriteria (kernenergie, tabak, activiteiten in niet-democratische landen,...) te botsen.

,,Klein'' is wel heel relatief, want naar Belgische normen zijn bedrijven als BMW, Deutsche Telekom en Crédit Suisse natuurlijk geen kleine jongens. Alle drie zijn ze opgenomen in de Dow Jones Sustainability Group Index (DJSGI) die op de eerste beursdag van 1999 gelanceerd werd door de gelijknamige Amerikaanse groep.

Dat zelfs naar Amerikaanse normen ethisch niet altijd gelijkstaat met klein of hooguit middelgroot, bewijzen dan weer ondernemingen als Unilever en Honeywell in de Sustainability Index. En van de 200 internationale ondernemingen die tot het ,,Ethibel-universum'' van ethische bedrijven behoren hebben twee derde een beurskapitalisatie van meer dan 5 miljard euro (202 miljard frank).

Bank Delen maakte op basis van de relatief nieuwe DJSGI simulaties waarbij het rendement, het risico en het rendement na correctie voor risico werden teruggerekend tot begin 1995. Daaruit blijkt dat de Sustainability Group Index het altijd beter doet dan de klassieke index, met uitzondering van Europa waar het rendement na correctie voor risico een tikje lager uitvalt voor ethische bedrijven.

Delen waarschuwt echter voor te snelle besluiten. ,,Zo'n terugrekening vertrekt vanuit de bedrijven die begin 1999 in de index werden opgenomen. Het zijn allemaal ondernemingen die het, achteraf bekeken, gemaakt hebben. Bedrijven die einde 1994 beloftevol waren en nadien die hooggespannen verwachtingen niet of onvoldoende konden waarmaken, zitten er niet in omdat ze geen deel uitmaken van de index die pas vier jaar later is opgesteld. Door deze manier van werken wordt succes uitvergroot, terwijl mislukkingen niet of nauwelijks in rekening worden gebracht.''

Daarom begin Bank Delen maar geleidelijk met ethisch vermogensbeheer. ,,Eerst'', zegt Jacques Delen, ,,moeten deze simulaties de test van de praktijk ondergaan. Als dan blijkt dat duurzaam zakendoen inderdaad de toekomstformule is -- en daar zijn we van overtuigd -- dan zullen wij ook honderd procent ethisch vermogensbeheer aanbieden.''

In afwachting komt er geen duidelijk antwoord op de vraag hoe ver een ethisch belegger bij Delen nu kan gaan, maar het is evident dat ook het gewone vermogensbeheer bij de bank nu (ongewild) al behoorlijk ethisch is. ,,Gewoon omdat bedrijven met aandacht voor hun personeel, hun klanten, het milieu en hun daarmee verbonden maatschappelijk imago, superieure ondernemingen zijn en dus een plaats verdienen in elke portefeuille.''