Virginia Tech had eerder moeten waarschuwen voor dolle schutter
Op de Amerikaanse universiteit Virginia Tech waren mogelijk minder doden gevallen als de leiding de faculteiten en de studenten eerder op de hoogte had gebracht van de eerste twee moorden. Dat concludeert een onderzoekscommissie naar het bloedbad dat een student in april aanrichtte.
De commissie stelt echter ook dat het onmogelijk zou zijn geweest om alle 131 gebouwen op de campus af te sluiten en dat de dader als er maatregelen waren getroffen mogelijk op een andere manier toch zijn gang zou zijn gegaan. Een eventuele waarschuwing zou immers ook hem bereikt hebben.

De dader, Seung-Hui Cho, schoot op 16 april eerst twee medestudenten dood en een paar uur later nog eens dertig studenten en docenten. Vervolgens pleegde hij zelfmoord. Studenten en docenten werden pas na ruim twee uur via een e-mail op de hoogte gebracht van de eerste twee moorden, die Cho pleegde in een studentenflat. De campuspolitie ging ervan uit dat de eerste moorden het gevolg waren van een ruzie, maar had volgens de onderzoekers rekening moeten houden met andere mogelijkheden.

De commissie is ook van mening dat de universiteit niet adequaat heeft gehandeld naar aanleiding van het bizarre gedrag dat Cho vertoonde lang voor hij het bloedbad aanrichtte. In 2005 werd de student voor behandeling verwezen naar het centrum voor psychotherapie van de universiteit, maar dat bood hem nauwelijks hulp, aldus de onderzoekers.

De gouverneur van Virginia, Timothy Kaine, ziet in het onderzoeksrapport, dat woensdag verscheen, geen aanleiding het hoofd van de universiteit of het hoofd van de politie op de campus te ontslaan.