De federale staat moet zich stilaan verwant voelen met veel van zijn burgers-belastingbetalers. Als hij 100 euro verdient, moet hij er ook meteen ruim 52 procent van afgeven.
Dat is af te leiden uit cijfers die CD&V-kamerlid Hendrik Bogaert gisteren kreeg van de federale minister van Begroting, zijn partijgenoot Yves Leterme.

Van de belastinginkomsten die de federale staat ontvangt, moet hij prompt, en zonder dat hij er nog iets over te zeggen heeft, meer dan 52 procent rechtstreeks 'afgeven' aan andere overheden.

52 procent is het cijfer voor 2006. Wellicht ligt het nu nog iets hoger.

Dat pakket geld wordt geïnd door de federale belastingdiensten, komt heel even in de federale schatkist, maar wordt dan meteen naar elders versluisd: naar de gemeenschappen en gewesten, naar de sociale zekerheid en naar de Europese Unie.

Premier Verhofstadt en diverse andere politici klagen dat de federale staat 'uitgekleed is' door al dat geld dat meteen weer vertrekt.

Maar dat versluizen van geld, gebeurt natuurlijk niet zomaar. Het is een gevolg van wetten die de federale regering gemaakt heeft en die het federale parlement goedgekeurd heeft.

Van dat meteen versluisde geld gaat het leeuwendeel naar de gemeenschappen en gewesten: 71 procent. Op de tweede plaats komt de sociale zekerheid: 22 procent. Op de derde plaats de Europese Unie: 5,3 procent. Het resterende procentje gaat onder meer naar de lokale politiezones.

Degenen die spreken van het uitkleden van de federale staat, geven de schuld meestal aan de gemeenschappen en gewesten. Maar hun aandeel in dat pakket geld, is afgelopen regeerperiodes gedaald: van 81,8 procent (1999) naar 71,3 procent (2007).

Die daling is relatief. Hun aandeel daalt omdat het totale bedrag stijgt. De voorbije acht jaar wordt vooral meer en meer geld rechtstreeks weggenomen uit de schatkist en doorgegeven aan de sociale zekerheid. Het aandeel van de sociale zekerheid is sinds 1999 verdubbeld: van 11 naar 22 procent. Het was vooral de PS die daarop aanstuurde in de afgelopen regeerperiodes: zij wou de financiering van de sociale zekerheid veilig stellen. De andere partijen stemden daarmee in.

De afdrachten aan de Europese Unie daalden ook van 7 tot 5,3 procent in die periode.

Uit de cijfers die kamerlid Bogaert ontving, is nog meer af te leiden. De Lambermont- en Lombard-akkoorden die in 2002 werden gesloten en die meer geld naar gemeenschappen en gewesten overhevelden, kosten in 2002 maar 250 miljoen euro maar dat is intussen opgelopen tot 1,8 miljard euro per jaar.

CD&V verzette zich destijds tegen die akkoorden omdat ze 'meer geld overhevelden dan bevoegdheden'.

Het IMF en ook premier Verhofstadt pleiten er intussen voor 'de overheveling van bevoegdheden naar de deelstaten zonder dat al het geld ervoor overgedragen wordt'.