Praktijk lerarenopleiding sluit niet altijd aan bij realiteit
Beginnende leraren zijn doorgaans goed voorbereid om hun vak uit te oefenen, al merken ze toch dat de realiteit in de scholen niet altijd strookt met wat ze tijdens hun opleiding hebben geleerd. Dat is een van de conclusies van de Onderwijsspiegel, het jaarlijkse rapport van de onderwijsinspectie.
Het rapport wilde nagaan of beginnende leerkrachten klaar zijn om voor een klas te staan en of ze aan het begin van hun carrière voldoende worden begeleid. Dat blijkt het geval te zijn, al komen er ook een aantal knelpunten naar voor.

Zo blijkt dat beginnende leerkrachten wel goed voorbereid zijn wat betreft hun vakdeskundigheid, maar dat ze nog veel moeten groeien op pedagogisch-didactisch vlak. Zo hebben ze het moeilijk om hun lessen op maat van de leerlingen te maken en hebben ze nog niet de vaardigheid om in te spelen op de zorgbehoeften van hun afzonderlijke leerlingen.

Bovendien wordt in de stage tijdens de lerarenopleiding vooral gefocust op de gemiddelde leerling in de gemiddelde klas. Op de werkvloer komen beginnende leerkrachten nochtans niet noodzakelijk in contact met gemiddelde situaties, waardoor ze dus onvoldoende zijn voorbereid.

Begeleiding

Ook wat betreft de begeleiding die jonge leerkrachten krijgen wanneer ze starten in een school, is er nog werk aan de winkel. Twee derde van de ondervraagde leerkrachten, begeleidende leerkrachten en directies is al tevreden over de globale aanpak van de begeleiding.

Wat opvalt, is dat beginnende leerkrachten graag steun zouden kunnen vinden bij een groep leerkrachten, daar waar de begeleiding van jonge leerkrachten nu vaak aan een bepaalde leraar of lerares wordt toegewezen. Ook vinden ze het belangrijk om lessen van collega's te kunnen bijwonen om van de aanpak van anderen te leren.

Opvallend is dat er grote verschillen zijn in de begeleiding die scholen aanbieden. Zo zijn er scholen waar het begeleidingstraject erg gevorderd is, terwijl het in andere scholen nog in de kinderschoenen staat.