Het rapport van het IMF over België adviseert nadrukkelijk de broeksriem aan te halen en de deelstaten financieel en qua bevoegdheden meer verantwoordelijk te maken.
Het jaarlijks IMF-rapport over België is streng. Maar niet zonder redenen. Budgettair is de zaak in 2007 ontspoord, zegt het IMF. De regering is voornemens het tekort van 2007 in 2008 om te zetten in een evenwicht, maar dat is niet voldoende. Een overschot van 0,2 procent zou beter zijn.

Er is in 2008, zegt het IMF, geen ruimte voor nieuwe uitgaven of belastingverlagingen. Alle besparingen die voortvloeien uit de daling van de intrestbetalingen moeten opzij gezet worden voor de vergrijzingskosten. De regio’s moeten een surplus van 0,3 procent realiseren dit jaar, temeer daar ze bezig zijn hun begrotingen van later te bezwaren met Publiek-Private constructies.

Afgelopen jaar realiseerden ze een overschot van 0,2 procent maar dit kwam uitsluitend voort van Vlaanderen. Bevoegdheidsoverdrachten zonder een volledige overdracht van de eraan gekoppelde gelden, moet mogelijk zijn. De sociale zekerheid moet een overschot handhaven de komende jaren. De kosten van het overheidsapparaat moeten gedrukt worden, door efficiënter te werken, door overlappingen onder de overheden weg te werken en door niet alle op pensioen gestelde ambtenaren te vervangen.

Op iets langere termijn moet opnieuw aansluiting gevonden worden bij het budgettaire pad dat uitgetippeld was door de Hoge Raad van Financiën.

Het IMF volgt blijkbaar ook de adviezen die de professoren sociale zekerheid en honderd economieprofessoren (zie DS 28 januari: 'Geef deelstaten straf of beloning' ) onlangs gaven. De deelstaten moeten verantwoordelijk gemaakt worden voor hun beslissingen die gevolgen hebben voor de sociale zekerheidsuitgaven, luidt het bij het IMF.

Dat betekent dat ze zeker verantwoordelijk moeten gesteld worden voor de gevolgen van hun arbeidsmarktbeleid, en dat is, alvast van Vlaamse zijde, een van de bedoelingen van de staatshervorming.

Een verdere verschuiving van bevoegdheden naar de deelstaten moet gepaard gaan met een beter coördinatie van hun beleidsmaatregelen, schrijft het IMF in koor met hogergenoemde twee groepen professoren.

De activering van werklozen moet meer aangepast zijn aan de regionale en de subregionale verschillen, luidt het verder. Dit kan niet anders begrepen worden dan als een pleidooi voor een defederalisering van het arbeidsmarktbeleid.

De loonstijgingen meoten gematigd blijven, temeer daar de autonomatische indexering ze de komende maanden al de hoogte zal induwen. Investeringen in vorming zijn absoluut nodig.

De werkloosheidsvallen moeten bestreden worden, en België krijgt nog eens de aanbeveling om zijn werkloosheidsuitkeringen in de eerste fase te verhogen, en nadien geleidelijk te laten dalen.

Er moet absoluut verder gewerkt worden aan het verhogen van de activiteitsgraad onder de ouderen. De concurrentie in d energiesector moet aangewakkerd worden en de marges die gehanteerd worden in de energiedistributie moeten in vraag worden gesteld.

Het IMF voorspelt verder een vertraging van de groei die wellicht zal terugvallen tot 1,6 procent. De inflatiezal wellicht stijgen tot 2,9 procent.