JAKARTA - Drie dagen na de tsunami nabij Sumatra hebben regeringen uit alle delen van de wereld meer dan honderd miljoen euro noodhulp toegezegd aan de getroffen landen in Azië en Afrika. Daar komen nog voedsel- en medicijnentransporten bij van de Verenigde Naties en internationale hulporganisaties zoals het Rode Kruis.

De hulpverlening ondervindt moeilijkheden om de meest getroffen gebieden te bereiken. De wegen zijn vaak onberijdbaar, niet alleen door de natuurramp maar ook door de jarenlange burgeroorlog in sommige regio's.

Atjeh

De westkust van Atjeh is over land nog onbereikbaar. Schepen van de Indonesische marine waren onderweg naar de provincie, waar volgens het kinderfonds van de Verenigde Naties Unicef behalve de medische noodhulp tot nog toe maar één hulptransport met rijst is aangekomen.

Pas vandaag zijn in de Indonesische provincie de eerste vier noodhospitalen ingericht. In Atjeh en andere regio's op het eiland Sumatra werden al ruim 45.000 doden geteld. Twaalfhonderd mensen worden vermist.

Buitenlandse hulporganisaties wijzen op het gevaar van plunderingen en diefstal van hulpgoederen. ,,Voedsel, medicamenten en kleding kunnen door privé-klinieken of militairen worden toegeëigend of door handelaren, die de spullen doorverkopen", waarschuwde David Macdonald, het hoofd van de Indonesische afdeling van de Britse hulporganisatie Oxfam.

Sri Lanka

Grote problemen doen zich ook voor in Sri Lanka, waar net als in Atjeh al meer dan twintig jaar burgeroorlog woedt. De Tamil-guerrillabeweging LTE beschuldigt de regering ervan hulpkonvooien naar door hen beheerste gebieden tegen te houden.

In de hoofdstad Colombo landden vandaag vier vliegtuigen met hulpgoederen uit Finland, een waterzuiveringsinstallatie uit Duitsland en een groep Britse hulpverleners. Japan stuurde artsen en medicamenten, India schepen en helikopters met dekens, sari's en emmers. De Srilankaanse regering zei vooral behoefte te hebben aan financiële en materiële hulp.

Geld

Japan en de Europese Unie stelden elk dertig miljoen euro beschikbaar. Afzonderlijke lidstaten van EU zegden los daarvan nog hulp toe, Groot-Brittannië bijvoorbeeld omgerekend 21 miljoen euro. De Verenigde Staten beloofden 26 miljoen euro, Australië twintig miljoen.