Armeniër Khachatryan wint Elisabethwedstrijd
Sergey Khachatryan Foto: belga
BRUSSEL - De Armeniër Sergey Khachatryan heeft de Koningin Elisabethwedstrijd voor viool gewonnen. De Belg Yossif Ivanov werd tweede, Sophia Jaffé uit Duitsland derde. Ivanov is de eerste Belgische violist die de top-drie haalt in de Elisabethwedstrijd.
De vierde plaats werd toegekend aan de Japanse Saeka Matsuyama, de vijfde plaats aan de Rus Mikhail Ovrutsky, die een van de grootste favorieten van dit concours was. Hyok Yoo Kwun werd bedacht met de zesde plaats.

De 20-jarige Armeniër Sergey Khachatryan studeert aan de Musikhochschule in Karlsruhe bij Jossif Rissin, bij wie hij al bijna tien jaar lang les volgt. In 2000 won hij op nauwelijks zestienjarige leeftijd de prestigieuze Sibelius-wedstrijd in Helsinki. Sindsdien is hij een vedette. Op zijn palmares staan al een alom gelauwerde cd-opname met muziek van Katsjatoerian en optredens met wereldorkesten zoals het BBC Philharmonic Orchestra, de London Philharmonic en het Orchestre National de France.

Kachatryan was dé uitgesproken favoriet en slaagde er als geen ander in het publiek te betoveren en het gegeven wedstrijd volkomen naar de achtergrond te verdringen. Het publiek had hij meteen op zijn hand. Na de halve finale moest de voorzitter van de jury zelfs het applaus afbellen, omdat een kandidaat nu eenmaal niet terug op het podium mag komen om het applaus in ontvangst te nemen.

Khachatryan opende zijn finale met de Derde sonate van Johannes Brahms. Al bij de eerste noten zette hij haarfijn de sfeer van het stuk neer. Geen grote solistische toon, maar een mezza di voce, zoals Brahms expliciet vraagt. Geen weidse gebaren, maar een duidelijke wil om dit werk sober, zelfs bijna klassiek te spelen. Ook in het langzame deel ging Khachatryan met een intense maar verstilde toon recht naar de kern van de zaak. Sterk dat hij zo stil durfde spelen. Het intermezzo klonk als in het halfduister, als slechts door een gebroken glas waargenomen. En in de finale koos hij helemaal niet voor een eenduidig energieke aanpak, maar wist hij de dualiteit die uit deze muziek spreekt recht te doen.

Kachatryans uitvoering van Obscuro Etiamtum Lumine van Javier Torres Maldonado was niet direct de meest interessante of beklijvende die deze week te horen was, maar hij speelde het werk wel sterk geëngageerd, en behield op optimale wijze voortdurend contact met dirigent Gilbert Varga. Zeker naar het einde van het stuk toe paste hij zich steeds meer in het orkestraal klankbeeld in, zodat hij bijna een onderdeel van het orkest werd. Zeker een verdedigbare optie, maar wel een gedurfde keuze tijdens de finaleproef van een internationaal concours.

In Sjostakovitsj' Eerste vioolconcerto toonde Kachatryan wat hem zo een boeiend muzikant maakt. De nocturne speelde hij volkomen verinnerlijkt, minder openlijk emotioneel dan Mikhail Ovrutsky de avond voordien, maar daarom niet minder intens. Vooral de manier waarop hij één grote spannigsboog over het hele deel wist te trekken, was sterk. Het scherzo had niet de steeds verder opgeschroefde spanning zoals bij Ovrutsky, maar werd tot een verscheurende strijd die zich binnen Kachatryan zelf leek af te spelen. Geen straffe demonische kost, maar een veel meer zuiver muzikale benadering. De passacaglia speelde hij uitgepuurd, waarbij hij vooral rekening hield met de grote overkoepelende lijnen. De enkele technische slordigheden naar het einde van dit concerto toe zijn hem vergeven, al was daardoor zijn uitvoering zuiver viooltechnisch gesproken wel minder perfect dan deze van Ovrutsky. Maar in de finale toonde Kachatryan zich dan weer als uitmuntend communicator met het orkest.