GEEL - Het Kempense Geel is ouder dan aanvankelijk gedacht. Tot nog toe dateerden de oudste sporen van bewoning uit de late ijzertijd, 400-100 voor Christus. Recente opgravingen hebben veel oudere sporen van bewoning aan het licht gebracht, namelijk uit de late bronstijd rond 900-800 voor Christus.
De oudste sporen van bewoning in Geel werden tot nog toe gevonden op de Hemelenberg tussen Oosterlo en Zammel en dateren van 400-100 voor Christus. Bij opgravingen in augustus 2006 kwamen veel oudere sporen van bewoning aan het licht, namelijk uit de late bronstijd rond 900-800 voor Christus en de vroege ijzertijd rond 800-475 voor Christus.

De opgravingen waren de eerste, echt wetenschappelijke op het grondgebied van Geel. Bij graafwerken voor de bouw van een nieuw OCMW-rusthuis op de voormalige voetbalvelden van St.-Dimpna stootten arbeiders in mei al op de eerste archeologische sporen.

Het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed (VIOE) werd erbij gehaald en kreeg een maand tijd om een grootschalige archeologische noodopgraving op het terrein van 4.800 m2 te realiseren. Twee projectarcheologen, een veldtechnicus-tekenaar, drie arbeiders van het VIOE en drie jobstudenten van de stad Geel brachten de opdracht samen met een aantal enthousiaste vrijwilligers tot een goed einde.

Ligt nog een hoofdgebouw verborgen?

Volgens de nu bekende resultaten omvatten de ontdekkingen drie gebouwen, vermoedelijk bijgebouwen of opslagplaatsen voor graan of hooi. De projectarcheologen denken daarom dat er buiten het opgegraven gebied nog een hoofdgebouw verborgen ligt. Aan de hand van scherven uit onder meer een afvalkuil kon de ouderdom van de ooit bewoonde constructies achterhaald worden. Ook vonden de archeologen in een waterput scherven van een Harpstedtaardewerk, typisch voor de vroege ijzertijd en een constante op archeologische sites in de Kempen.