JERUZALEM - Voor het eerst zijn twee monumenten in Israël op de lijst van werelderfgoed van Unesco geplaatst. Het gaat om het historische centrum van Akko in het noorden van het land en de rots Masada bij de Dode Zee. Dat meldt het Israëlische ministerie van Toerisme.
Akko, ten noorden van Haifa, is oorspronkelijk een Kanaänitische havenstad. Opgravingen hebben aangetoond dat de stad zeker vanaf 1.700 voor Christus bewoond is geweest.

Akko speelde in de tijd van de kruisvaarders een belangrijke rol. In 1104 kwam zij in handen van de christenen. Nadat de moslims Akko in 1187 hadden ingenomen, heroverden Engelse en Duitse kruisvaarders de plaats onder leiding van onder andere de Engelse koning Richard Leeuwenhart. Bij dat beleg sneuvelde de Vlaamse graaf Filips van den Elzas.

In 1291 kwam de stad in handen van de sultan van Egypte. Later maakte zij deel uit van het Osmaanse Rijk. Napoleon slaagde er in 1799 niet in de stad in te nemen.

Burcht van Massada

De burcht van Masada was tijdens de joodse opstand tegen de Romeinen het laatste bolwerk van de opstandelingen, die na langdurig beleg hun verzet in het jaar 73 moesten staken. Aangespoord door hun leider, Eleazar ben Jair, verkozen de ongeveer 960 overgebleven opstandelingen de dood boven overgave aan de Romeinen. Slechts twee vrouwen en enkele kinderen die zich hadden verstopt in een waterleiding, overleefden deze collectieve zelfdoding. Na de oprichting van de staat Israël in 1948 werd Masada een centrum van nationale verering.

Op de lijst van Unesco, de VN-organisatie voor onderwijs, wetenschap en cultuur, staan inmiddels 721 werelderfgoederen, waaronder de Vlaamse belforten en de binnenstad van Brugge.