RC Genk boekte in Moeskroen, dat voor het eerst verloor, een noodzakelijke zege om de voeling met de top niet te verliezen. Absolute uitblinker was Alex Da Silva, die enkele maanden geleden nog op een dood spoor zat.
Een treffend beeld na de 1-2 van Genk op Le Cannonier. Voorzitter Lemmens en technisch directeur Reynders van Genk kwamen het veld op om Alex Da Silva in de armen te sluiten. Nochtans leek het er voor de seizoensstart nog op dat de 25-jarige Braziliaanse middenvelder andere oorden mocht opzoeken.

In het voorbije snertseizoen werd Alex, sinds 2006 onder contract bij Genk, uitgeleend aan Brussels en in juni zag het er nog naar uit dat hij ook dit seizoen bij Genk niet aan de bak zou komen. Maar wat mocht Genk gisteren blij zijn dat de dribbelkont toch bleef in de Cristal Arena. Al het Limburgse gevaar in Moeskroen kwam van zijn rechterflank.

Met zijn flitsende bewegingen en snelle acties was hij een gesel voor de verdediging. En vooral: de voordien vaak te zelfzuchtige Braziliaan heeft nu ook efficiëntie in zijn spel gelegd. ‘Dat heb ik geleerd, ja’, zei Da Silva. ‘Vorig seizoen onder Broos en bij Brussels onder Van der Elst heb ik vooruitgang geboekt.’

Nochtans waren Broos en Alex niet de beste maatjes. ‘Broos had een andere tactiek. Hij hield niet van mijn manier van spelen’, aldus Alex. ‘Van Geneugden verstaat me beter dan Broos. Hij zegt me altijd dat ik mijn acties moet proberen te maken, ook als ze eens mislukken. Dat geeft me veel vertrouwen op het veld. Dit moet mijn seizoen worden. En dat van Genk.’

‘Het heeft me ook flink geholpen dat er met Joao Carlos en Tiago intussen nog twee Brazilianen bij Genk zitten. We hebben veel aan elkaar: kunnen Portugees spreken, samen gaan eten. Dat maakt me ook op het veld beter. Maar ik moet ook al mijn andere vrienden danken bij Genk.’

Alex speelde bijna een perfecte match tegen Moeskroen. ‘Dit was zeker mijn beste wedstrijd ooit in België. Maar niet mijn beste ooit. In Brazilië heb ik nog beter gespeeld.’

Weer slechte eerste helft

De tweede helft van Genk was goed, de eerste was dat allerminst. Net als in de vorige uitmatchen tegen Zulte Waregem en Bergen.

‘In de tweede helft ging iedereen veertig procent beter voetballen. In de eerste helft speelden we niet als een groep en was er geen motivatie’, zei ook verdediger Joao Carlos. ‘Zelf gaf ik ook drie of vier foute passes. Dat is niet normaal. Ik weet ook niet hoe het komt. Gelukkig hebben we het na de rust allemaal nog kunnen rechtzetten.’