BRUSSEL - De sociale inspectie wordt hervormd. Ministers van Werk en van Sociale Zaken, Peter Vanvelthoven en Rudy Demotte, bevestigen dat de vier bestaande inspectiediensten beter gaan samenwerken.

Van de oprichting van een nieuwe dienst willen de socialistische ministers niet weten. De vier bestaande inspectiediensten (RSZ, RVA, SZ en Welzijn op het werk) moeten beter gaan samenwerken.

Het federaal coördinatiecomité, dat nu nog bestaat uit gedetacheerden, zal minstens 20 personeelsleden tellen. Er komt een dagelijks bestuur met de mandaathouder (een manager) en de administrateurs-generaal van de vier inspectiediensten, naast een vertegenwoordiger van het college van procureurs-generaal. De mandaathouder moet rechtstreeks rapporteren aan de ministers van Werk en Sociale Zake, die hem ook evalueren.

Op 30 april moet het dagelijks bestuur een concreet actieplan aan de regering voor te leggen. Daaruit volgen gerichte acties op het terrein. Volgens minister Vanvelthoven zal het gaan om controleacties in sectoren waarvan men vermoedt dat er sociaal gefraudeerd wordt.

De acties zullen via een professioneel opvolgingssysteem (een soort scorebord) geëvalueerd worden, waarbij de vooruitgang en de financiële weerslag duidelijk worden.

De jongste maanden doken er geregeld berichten op in de media over misbruiken met buitenlandse arbeidskrachten, die in België tewerkgesteld werden aan minderwaardige loon- en arbeidsvoorwaarden. De regering hoopt dat de strijd tegen de sociale fraude dit jaar minstens 80 miljoen euro zal opbrengen.