BRUSSEL - Een op de drie Turkse en Marokkaanse migranten beschouwt zijn eigen algemene gezondheid niet als ''goed''. Bij de Belgen is dat slechts een op de vijf. Dat blijkt uit het onderzoeksrapport ''Gezondheid en gezondheidszorg bij allochtonen in Vlaanderen'', dat uitgevoerd werd door het Steunpunt van Gelijkekansenbeleid van de Universiteit Antwerpen.
Zowat 30 procent van de mensen van Turkse en Marokkaanse afkomst percipieert de eigen gezondheidstoestand als redelijk, slecht of heel slecht in de periode 1997-2004.

,,We kunnen echter niet zeggen dat die bevolkingsgroep gezonder of minder gezond is want het gaat om zelfrapportage'', zegt Ina Lodewyckx, onderzoekster aan de Universiteit Antwerpen.

Wat de psychische gezondheid betreft, lijdt een op de drie Marokkaanse of Turkse migranten aan psychische distress (psychische problemen in het algemeen), terwijl dat voor de Belgen nog niet een op de vier is.

De financiële toegang tot de gezondheidszorg blijkt een drempel te zijn voor de Marokkaanse en Turkse migranten. Van deze bevolkingsgroepen geeft bijna 25 procent aan gezondheidszorg te hebben uitgesteld omwille van financiële redenen, tegenover nog geen 5 procent van de Belgen.