Japan haalt walvisvloot sneller uit Antarctica terug
TOKYO - Japan heeft besloten zijn walvisvloot uit het zuidpoolgebied weg te halen en het vangstseizoen daar voor gesloten te verklaren omdat het moederschip, de Nisshin Maru, door een brand niet meer kan functioneren. De zes schepen tellende vloot zou eigenlijk tot en met maart in het gebied blijven om 860 walvissen te vangen. Tot nu toe zijn er 508 gevangen.

,,Dit is de eerste keer in twintig jaar dat we ons onderzoek hebben moeten opschorten'', zei een medewerker van de visserijdienst. ,,We zijn erg teleurgesteld.'' Hij sprak de hoop uit dat de Nisshin Maru op tijd kan worden gerepareerd om weer dienst te kunnen doen bij de volgende vangst, die in mei in het noordwesten van de Grote Oceaan moet beginnen en waarvoor een quotum is vastgesteld van 350 walvissen.

De directeur van het instituut dat Japans 'wetenschappelijke' walvisvangst regelt, oefende zware kritiek op de milieuorganisaties die de Japanse vloot bij Antarctica hinderlijk hebben gevolgd. Dinsdag toonden Japanse functionarissen videobeelden van actievoerders aan boord van het schip van de organisatie Sa Shepherd die rookgranaten en containers met chemicaliën naar de Japanse vloot gooiden en touwen en netten uitgooiden in een poging de schroeven van de Japanse schepen te laten vastlopen. Op een van de video's was te zien dat een protestschip een van de Japanse schepen ramde. Dat zijn niet alleen schendingen van de wetten tegen piraterij en voor de veiligheid op zee, maar ,,onvergeeflijke misdaden'', zei de directeur, Hiroshi Hatanaka.

De brand op de Nisshin Maru stond los van de protestacties.