PORTRET. Benazir Bhutto
Benazir Bhutto (54) was de oudste dochter van wijlen Zulfikar Ali Bhutto, de charismatische president (1971-73) en premier (1973-77) van Pakistan. Als voorvechtster van modernisering en democratie had ze haar hele politieke leven even hartstochtelijke aanhangers als onverbiddelijke tegenstanders. Haar leven was bedreigd sinds ze op 18 oktober uit ballingschap terugkeerde naar haar land.
De Bhutto's behoorden tot een rijke familie van grootgrondbezitters in de provincie Sind, met hoofdstad Karachi. Benazir kreeg een verzorgde opvoeding en studeerde aan de prestigieuze universiteiten van Oxford en Harvard. Hoewel ze broers had, was het duidelijk dat haar vader in zijn oudste dochter zijn politieke erfgename zag.

Passionaria

Zij echter droomde ervan diplomate te worden. Maar de gebeurtenissen beslisten er anders over.

Benazir Bhutto ontpopte zich tot een politieke passionaria toen haar vader in 1977 in een militaire staatsgreep werd afgezet door generaal Zia ul-Haq. Haar vader was de eerste verkozen leider van Pakistan dat sinds zijn oprichting in 1948 meestal militaire dictaturen heeft gekend.

Benazir en haar moeder, Nusrat, namen na de arrestatie van Bhutto de leiding over van diens Pakistaanse Volkspartij (PPP). Benazir ijverde voor de vrijlating van haar vader, en tegen het regime van Zia dat gesteund werd door de islamisten.

Dood van vader

In 1979 werd ex-president Bhutto opgehangen. Kort voordien was zijn dochter gevangen gezet. Ze bleef vijf jaar in de gevangenis, voor een groot deel in eenzame opsluiting. Ze beschreef de voorwaarden achteraf als 'zeer hard'. Door gebrek aan gepaste medische zorg werd ze wegens een ontsteking doof in één oor.

De dood van haar vader gaf haar een nieuwe politieke dimensie. Zij ontving zijn laatste wilsbeschikkingen en werd zijn politieke erfgename en de voortzetster van zijn werk.

Na haar vrijlating vond ze een onderkomen in Londen waar ze de PPP reorganiseerde.

Triomfantelijk onthaal

In april 1986 keerde ze naar Pakistan terug en werd er triomfantelijk onthaald door enthousiaste menigtes.

Benazir Bhutto bond met haar onverwoestbare passie en overtuigingskracht de politieke strijd aan tegen het regime van Zia ul-Haq. Toen de president in augustus 1988 hte leven verloor in een mysterieus vliegtuigongeluk, was haar uur gekomen. Haar PPP won de verkiezingen, zij werd premier en daarmee ook een wereldwijde politieke ster. Haar overwinning leek in Pakistan de terugkeer in te luiden naar een democratisch regime. Tevens was ze, als eerste verkozen vrouwelijke regeringsleider in een moslimland, een symbool van emancipatie en moderniteit.

Maar ze kon de verwachtingen niet waarmaken. Dat lag ten dele aan haar, aan haar gebrek aan regeringservaring. Maar ze stootte ook op onverzoenlijke weerstand die haar op alle mogelijke manieren ondermijnde.

Vrouw aan de macht

De religieuze leiders aanvaardden niet dat een vrouw een politiek ambt uitoefende, laat staan eerste minister was. Het machtige, conservatieve militaire apparaat lustte haar evenmin.

En bovendien had de president, Ghulam Oshaq Khan, zoveel macht weten te behouden, dat hij de premier in grote mate vleugellam kon maken. Bij de bevolking groeide de ontgoocheling omdat er te weinig in huis kwam van de beloofde hervormingen.

Na 20 maanden bewind werd ze afgezet door de president, en vervangen door Nawaz Sharif.

Tweede mislukking

In oktober 1993 won Benazir Bhutto opnieuw, maar haar tweede mandaat als regeringsleider was ook geen succes. Het was niet verstandig dat ze haar man, Asif Ali Zardari, tot minister van Investeringen benoemde.

Ze werd beschuldigd van favoritisme ten gunste van die flamboyante zakenman en gewezen polospeler die de bijnaam kreeg van 'mijnheer 10 procent', omdat hij geld zou afgeroomd hebben van openbare aanbestedingen. Geen van de beschuldigingen van corruptie tegen hem zijn ooit voor een rechtbank bewezen. Maaar hij zat wel acht jaar gevangen.

Benazir heeft altijd de man verdedigd met wie ze twintig jaar getrouwd was. Recentelijk nog zei ze in interviews met Amerikaanse kranten dat de aanklachten politiek gemotiveerd waren, en dat haar man zijn zakenimperium en zijn vrijheid had kunnen behouden als hij haar had laten vallen. 'Ik ben er trots op dat hij standvastig aan mijn zijde bleef'.

Amnestie

Zij was na haar afzetting met haar drie kinderen in Dubai gaan wonen, en na zijn vrijlating in 2004 voegde haar man zich daar bij zijn gezin.

Eerder dit jaar verleende de Pakistaanse president Musharraf haar amnestie voor de smeergeldzaak waarover haar nog aanklachten boven het hoofd hingen. De weg was daarmee vrij voor een nieuwe terugkeer.

Wenend van ontroering betrad ze op 18 oktober opnieuw de grond van haar land. En opnieuw werd ze toegejuicht door enthousiaste menigtes, opnieuw belichaamde ze de hoop op een democratischer en moderner land.

Maar het was al snel duidelijk dat haar vijanden verbetener waren dan ooit. Al tijdens haar triomfantelijke tocht door Karachi, de dag van haar terugkeer, doodde een tegen haar gerichte bomaanslag 133 mensen.

Benazir Bhutto bleef ongedeerd, maar het bloedbad zette een domper op haar terugkeer, en was ook een harde waarschuwing. Gisteren hebben haar tegenstander haar niet gemist.

Haar dood is het voorlopig laatste bloedige hoofdstuk in een sombere familiesaga. Haar broer Shahwanaz overleed in 1985 in duistere omstandigheden in zijn appartement op de Franse Riviera. Haar oudere broer Murtaza, die na de dood van zijn vader naar Afghanistan vluchtte, daarna zestien jaar in Syrië woonde, en zich later tegen zijn zuster keerde, werd in 1996 vermoord in een mysterieuze schietpartij in Karachi. Van de vier kinderen leeft alleen nog de jongste zus Sanam, die in Londen woont.

Je wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld je aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig