Bijna de helft van de mensen die in Afrika overlijden, heeft de leeftijd van vijftien jaar niet gehaald. In rijke geïndustrialiseerde landen maakt die leeftijdscategorie ongeveer een procent van de sterfgevallen uit.
De cijfers blijken uit een studie van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) met mondiale statistieken over ziektes en doodsoorzaken. De studie, die in 2004 werd uitgevoerd, werd maandag gepubliceerd in Genève.

In 2004 stierven wereldwijd 58,8 miljoen mensen, van wie er 11,9 miljoen jonger dan vijftien waren. De belangrijkste doodsoorzaken bij deze leeftijdsgroep zijn blijkens de WHO-studie complicaties bij de geboorte, ziektes die tot diarree leiden, luchtweginfecties en malaria.

Zowat de helft van de kindsterfte doet zich voor op het Afrikaanse continent, waar duidelijk meer jonge mensen sterven dan in rijke geïndustrialiseerde landen.

Zo haalt in Afrika 46 pct van de overledenen de leeftijd van vijftien jaar niet en wordt slechts 20 pct er ouder dan zestig. In de industriestaten wordt 84 pct van de overledenen minstens zestig jaar oud.

Met 17,1 miljoen overlijdens die te wijten waren aan hart- en vaatziektes, waren deze in 2004 de belangrijkste doodsoorzaak wereldwijd. Door de stijgende levensverwachting verwacht de WHO dat dit cijfer tegen 2030 tot meer dan 23 miljoen zal stijgen.

Om dezelfde reden zal ook het aantal kankerdoden toenemen: van 7,4 miljoen in 2004 tot 11,8 miljoen in 2030.

De WHO benadrukt in die context dat roken de meest vermijdbare doodsoorzaak blijft. Volgens de VN-organisatie zal het aantal tabaksdoden tegen 2030 stijgen van 5,4 miljoen tot 8,3 miljoen. Daarmee zal tabak over ruim twintig jaar verantwoordelijk zijn voor een tiende van alle overlijdens.