De inflatie in IJsland is in oktober nog gestegen naar het recordpercentage van 15,9 procent op jaqarbasis ten aanzien van 14,0 procent in september. Dat blijkt uit cijfers die maandag werden gepubliceerd door het Nationaal Bureau voor Statistiek.
In één maand zijn de verbruikersprijzen 2,16 procent gestegen, aldus het communiqué, terwijl het land probeert om de financiële crisis, die het bankensysteem heeft geruïneerd, te boven te komen.

De brandstofprijs is 3,4 procent gedaald in een jaar, terwijl de prijzen voor voeding en drank 4,3 procent zijn gestegen.

De sterkste stijging werd geregistreerd bij de internationale vliegtickets; die zijn 18,7 procent duurder dan vorig jaar. De prijs voor audiovisueel materiaal ligt nu 10,6 procent hoger.

'De verkoop van auto's is zo goed als gestopt in het huidige economische klimaat, en de de prijsverandering in deze sector werd daarom niet berekend deze maand', meldde het bureau.

De laatste drie maanden zijn de prijzen 4,0 procent gestegen, wat gelijk is aan een jaarlijks percentage van 16,8 procent.

Het land met 320.000 inwoners, dat geen lid is van de Europese Unie, is een grote importeur van alledaagse consumptiegoederen.

De economie van het land, die sterk afhankelijk is van het financiële systeem, werd geveld door de internationale financiële crisis en de munt van het land, de kroon, werd sterk in waarde verminderd (152 kroon voor 1 euro).

De drie grootste banken zijn begin oktober genationaliseerd en de regering werd gedwongen om internationale hulp te vragen.

Vrijdag heeft het land een lening van 2,1 miljard dollar (1,7 miljard euro) gekregen van het Internationaal Monetair Fonds.

Voor de crisis was het land een van de rijkste van de OESO.

Het voorbije jaar werd de groei van het Bruto Binnenlands Product vastgelegd op 4,9 procent en in de loop van de voorbije tien jaar is dat gemiddeld vier procent gestegen, met een piek van 7,7 procent in 2004.