Twee Chinese broers hebben zichzelf een weg uit een ingestorte mijn gebaand, nadat reddingswerkers het zoeken naar hen hadden gestaakt. Voor 179 andere mijnwerkers lijkt er geen hoop meer.
De uit Mongolië afkomstige Meng Xianchen en Meng Xianyou hadden geen voedsel en nauwelijks water bij zich. Ze overleefden zes dagen onder de grond door hun urine te drinken, meldden Chinese kranten vandaag. Familieleden van de Mengs hadden vrijdagmorgen voor de zielen van de doodgewaande mannen voedsel neergelegd en geld verbrand bij de ingang van de mijn, een illegale onderneming in een voorstad van Peking.

Enkele uren later kregen zij te horen dat de twee waren opgedoken nadat ze zich met hun houweel door een laag van 35 tot 40 meter steen hadden gewerkt. ‘Eerst waren we te aangedaan om te eten. Nu zijn we te opgewonden om te eten’, zei broer Meng Xianfeng. Artsen zeiden dat de broers schade aan hun nieren hebben opgelopen, maar verder niet ernstig gewond zijn.

Aan de mijnramp in de provincie Shandong, waar nu nog 179 mijnwerkers worden vermist sinds de mijn tien dagen geleden na een dijkbreuk onder water liep, werd aanzienlijk minder aandacht besteed in de Chinese media dan aan de twee broers. De mijngangen waarin de mijnwerkers zich bevinden zijn nog altijd niet leeggepompt. De autoriteiten hebben gezegd het zoeken niet op te geven, maar zwijgen over het lot van de vermisten.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig