COLOMBO - Bij mijnexplosies zijn in het noorden van Sri Lanka twee matrozen om het leven gekomen en twee commando’s gewond geraakt. Ondertussen werden op een rubberplantage in de buurt van de hoofdstad Colombo vijf onthoofde lijken gevonden. De slachtoffers, wier identiteit niet direct bekend was, werden waarschijnlijk elders vermoord.
De matrozen kwamen om het leven bij een mijnexplosie die zich voordeed toen ze op een motor over Kayts reden, een eilandje bij het schiereiland Jaffna. In het district Mannar raakten twee leden van een commando-eenheid die is gevormd om het leger bij te staan in de strijd tegen de Tamil-rebellen gewond door een mijnexplosie. De regering gaf de rebellen de schuld van beide explosies.

Wie verantwoordelijk is voor de moord op de vijf gevonden slachtoffers, kon de politie niet zeggen. ,,We onderzoeken of de sterfgevallen verband houden met het etnische geweld dan wel met een bendeoorlog’’ zei politiewoordvoerder Nevil Wijesinghe.

Bestand in gevaar

Het bestand dat de regering en de Tamil-rebellen ruim vier jaar geleden sloten is al sinds december in gevaar en is door een recente geweldstoename nog verder onder druk komen te staan. Gisteren en dinsdag voerde het leger luchtaanvallen uit op stellingen van de rebellen in de buurt van de noordoostelijke havenstad Trincomalee en daarbij kwamen volgens de rebellen twaalf burgers om het leven en werden veertigduizend mensen uit hun huizen verjaagd.

Het hoofd van de waarnemersmissie die toeziet op de naleving van het bestand, de Zweed Ulf Henricsson, bracht een bezoek aan het gebombardeerde gebied en zei dat het door de rebellen genoemde dodental aardig leek te kloppen. Journalisten en andere buitenstaanders worden al jaren geweerd uit het noorden en oosten van Sri Lanka, waar de rebellen actief zijn.