BAGDAD - Bij een aanslag met een bomauto in de de opstandige Iraakse provincie al-Anbar, in het westen van Irak, zijn dinsdag achttien kinderen omgekomen. Dat is vernomen bij het Iraakse ministerie van Defensie. Er zijn ook minstens twintig kinderen gewond geraakt.
De slachtoffers zijn allen kinderen tussen 10 en 15 jaar. Ze waren samengekomen in de buurt van Ramadi, de hoofdstad van al-Anbar, om voetbal te spelen.

Het is al de derde aanslag met een bomauto in de provincie al-Anbar sinds zaterdag. Maandag was het politiecommissariaat van Ramadi het doelwit (15 doden); zaterdag viseerde een bom in een vrachtwagen een soennitische moskee in Habbaniyah (56 doden). De Iraakse premier Nuri al-Maliki, een sjiiet, wijst voor de aanslagen in het soennitische hartland met de beschuldigende vinger naar het eveneens soennitische al-Qaeda.

Voor de aanslag van dinsdag wordt gewezen naar ,,religieuze extremisten'', die eerder al sportlokaties hebben geviseerd. In de ogen van deze fanatici is het beoefenen van sport ,,on-islamitisch''.