Liever meer sparen dan langer werken
BRUSSEL - De Belgen maken zich zorgen over de betaalbaarheid van de pensioenen, maar ze zijn niet bereid langer te werken. Wel willen ze meer sparen.
De verzekeringsmaatschappij Delta Lloyd Life ondervroeg 8.600 Belgen over hun pensioenverwachtingen. De meerderheid van hen voelt er niets voor om na zijn zestigste aan de slag te blijven, zoals de overheid graag wil.

Slechts een derde van de ondervraagden is bereid tot zijn 65ste door te werken, slechts 13 procent ook daarna. Twee derde is van plan om vóór de wettelijke pensioenleeftijd te stoppen met werken. Gemiddeld zou men het liefst op de leeftijd van 60,5 jaar met pensioen gaan. Er is maar weinig dat de respondenten van die mening zou kunnen afbrengen. Op de vraag wat hen ertoe zou kunnen aanzetten om langer te blijven werken, antwoordt bijna de helft dat ze mogelijk te overhalen zijn met flexibelere werktijden en meer vakantie. Ook de gezondheid en de financiën spelen een rol. Maar meer loon of een andere functie kan maar een minderheid vermurwen om na hun zestigste aan de slag te blijven.

De meeste Belgen beseffen wel dat de lage reële pensioenleeftijd en de toenemende vergrijzing de betaalbaarheid van de pensioenen aantasten. Zo'n 56 procent meldt zich wel eens zorgen te maken over de toekomstige financiële situatie tijdens het pensioen. Bij de Franstaligen loopt dat zelfs op tot 66 procent. Slechts 29 procent denkt voldoende te zullen hebben aan het wettelijke pensioen om de basisuitgaven te kunnen dekken, en niet meer dan 8procent verwacht met het wettelijke pensioen zijn gewenste levensstandaard te kunnen handhaven.

Vandaar dat de meeste mensen aanvullende maatregelen nemen. Van de respondenten beaamt 81 procent de stelling dat je zo vroeg mogelijk moet beginnen met de voorbereiding van je pensioen. Liefst al op de eerste werkdag. De meest populaire manier om zich voor te bereiden op het pensioen, is de aanschaf van een eigen woning. Op die manier voorkomt men na het pensioen nog huurlasten te moeten dragen. Meer dan twee derde van de ondervraagden bezit een eigen woning. Daarna komt het fiscaal voordelige pensioensparen, waar 66 procent aan deelneemt. Ook een spaarrekening (45 procent), een groepsverzekering (45 procent), een beleggingsportefeuille (32 procent) en toekomstige erfenissen (15 procent) moeten dienen om de levensavond te financieren. Maar 5procent van de ondervraagden doet helemaal niks. De meeste mensen combineren meerdere maatregelen, zo'n 17 procent wedt zelfs op vijf paarden tegelijk.

Als de resultaten van de ondervraging vergeleken worden met die van eenzelfde enquête uit 2005, dan blijkt dat men zich nu meer bewust is van de pensioenproblematiek dan twee jaar geleden. Men rekent nu iets minder op alleen het wettelijke pensioen, is meer overtuigd van het belang om vroeg te beginnen met sparen, en is eerder geneigd te kiezen voor een pensioenverhoging via de groepsverzekering dan voor een salarisverhoging. Ook maakt men zich nu iets minder zorgen over de toekomst dan twee jaar geleden.

In een reactie op de resultaten zei pensioenminister Bruno Tobback (SP.A) dat hij niet erg geneigd is om meer fiscale voordelen te introduceren voor het pensioensparen. ,,Op die manier bevoordeel je vooral degenen die kunnen sparen.'' Bovendien geeft het pensioensparen volgens Tobback ,,een vals gevoel van veiligheid'', omdat het maar een heel beperkte aanvulling vormt op het wettelijke pensioen. Hij deed een oproep aan de werkgevers om het langer werken aantrekkelijk te maken. ,,Er moeten meer 55-plussers aan de slag gehouden worden, maar de inspanningen daarvoor moeten van twee kanten komen.''