BRUSSEL - Minister van Justitie Laurette Onkelinx is geen voorstander van de oprichting van sportrechtbanken. Dat heeft ze dinsdag in de bevoegde kamercommissie gezegd naar aanleiding van de uitspraak in kort geding van het Brusselse hof van beroep over de zaak van de voetballer Marius Mitu.
Het Brusselse hof van beroep gaf vorige week dinsdag de Roemeense voetballer Marius Mitu en zijn twee ex-collega's van bij Lierse (Laurent Fassotte en Igor Nikolovksi) gelijk in de zaak die ze in 2006 in kort geding hadden aangespannen tegen de Belgische Voetbalbond (KBVB). De Roemeen is van mening dat de sancties die de KBVB tegen hem nam in het kader van de Belgische omkoopaffaire rond de gokchinees Zheyun Ye niet kunnen.

De rechtbank volgde de voetballers in hun redenering: het kan niet dat de KBVB disciplinaire sancties neemt zolang de burgerlijke procedure ten gronde niet is beëindigd en de strafrechtelijke procedure niet definitief is beslist. Om dergelijke toestanden te vermijden, opperden sommigen het voorstel om sportrechtbanken op te richten. In antwoord op vragen van Claude Marinower (Open Vld) en David Geerts (sp.a) liet minister Onkelinx dinsdag in de kamercommissie Justitie echter weten niet gewonnen te zijn voor het idee. Justitie heeft hier geen geld voor en sportrechtbanken kunnen niet vermijden dat ook andere burgerrechtbanken zich over zo'n dossiers uitspreken, stelde de PS-minister.

Op de uitspraak in kortgeding wou Onkelinx geen commentaar geven. Het arrest heeft nog geen kracht van gewijsde en de uitspraak ten gronde is nog niet gevallen, luidde het.