Sharon dreigt vredesproces op te schorten
Foto: ap
JERUZALEM - De Israëlische premier Ariel Sharon heeft zondag gedreigd het vredesproces met de Palestijnen te bevriezen, als de Palestijnen niet optreden tegen extremistische groepen. Hij uitte dat dreigement naar aanleiding van een zelfmoordaanslag die vrijdag werd gepleegd voor een discotheek in Tel Aviv. De verantwoordelijkheid voor de aanslag, waarbij inclusief de dader vijf doden vielen, plus tientallen gewonden, is opgeëist door de Islamitische Jihad.
De Palestijnse president Mahmoud Abbas wees de Israëlische eis om de extremisten hard aan te pakken eerder van de hand. Hij heeft steeds gezegd de militante groepen er met woorden toe te willen zetten het geweld tegen Israël te staken. Israël had gezegd Abbas niet onder druk te zullen zetten, zolang de militante groepen het eerder deze maand gesloten Israëlisch-Palestijnse bestand zouden eerbiedigen. Sharon zei zondag dat Israël een akkoord met de Palestijnen nastreeft, maar dat politieke vooruitgang ondenkbaar is ,,tot de Palestijnen een gerichte campagne voeren om de terroristische groepen en hun infrastructuur te vernietigen''.

Israëlische legerfunctionarissen zeiden zondag dat het leger de Palestijnen al een maand geleden liet weten dat er aanwijzingen waren dat de cel die de aanslag van vrijdag pleegde bezig was een aanslag voor te bereiden. De Palestijnen zouden niets met die informatie hebben gedaan.

Israël sloeg zondag ook een dreigende toon aan tegenover Syrië, van waaruit de Islamitische Jihad deels opereert. Onderminister van Defensie Zeev Boim zei dat Israël niet zal aarzelen Syrische doelen aan te vallen, als het denkt daarmee aanslagen van vanuit de Syrische hoofdstad Damascus opererende militante groepen te kunnen voorkomen. Legerfunctionarissen zeiden echter dat er vooralsnog geen militaire actie tegen Syrië wordt voorbereid.

Israël eist al veel langer dat Syrië de kantoren van extremistische Palestijnse groepen op zijn grondgebied sluit en houdt dat land verantwoordelijk voor de aanslag van vrijdag. Syrië wijst die verantwoordelijkheid van de hand. In 2003 bombardeerde Israël naar aanleiding van een zelfmoordaanslag een basis van de Islamitische Jihad in Syrië.

Israël zegt zeker te weten dat de aanslag in Tel Aviv het werk was van de Islamitische Jihad en dat de opdracht ertoe werd gegeven door leiders van de groep in Syrië. Abbas zei echter dat de aanslag het werk was van een ,,derde partij''. Daarmee doelde hij volgens zijn medewerkers op de Libanese guerrillabeweging Hezbollah, die wordt gesteund door Syrië en Iran. De Hezbollah ontkent.