BRUSSEL _ Donderdagavond was de Letse violiste Baiba Skride een van de sterkste finalisten die ik tot dusver mocht meemaken. Maar ze liet me absoluut koud. Veel ontroerender was Oekraïener Oleg Kaskiv, die zich met de moed der wanhoop doorheen zijn keuzeconcerto werkte, dat hij nauwelijks kende. Zoals me was voorspeld, werd hij ‘de katastrofe van de finale’. Maar daarmee kreeg de wedstrijd voor eens een menselijk gelaat.
Na het vierde deel van de vijfdelige Symphonie espagnole, een populair bravourestuk van Edouard Lalo, verdween Oleg Kaskiv in de coulissen.
Oleg Kaskiv
©pb
Tot dusver had deze schattige 22-jarige Oekraïener, de eerste finalist donderdagavond en de eerste die niet in gala-uniform verscheen, zich sterk gehouden op het podium. Qilaatersorneq, het plichtwerk van Soren Nils Eichberg, dat bij andere violisten al eens naar new age-nulliteit fladdert, kreeg een beklijvende uitvoering. De Vioolsonate in F van Felix Mendelssohn-Bartholdy is zeker niet zijn grootste werk, maar bleef nu toch aan je ribben plakken. Kaskiv speelde gedreven, nogal overspannen, maar bijgestaan door een uitstekende pianist Luc Devos wist hij alle schimmel van de partituur te halen. En dan liep het fout, zoals voorspeld.

Wie zich inschrijft voor deze wedstrijd, moet van bij aanvang meedelen wat hij zal spelen in de eerste ronde, de halve finale en de finale. Gedreven door jeugdige overmoed gaf Kaskiv de Symphonie espagnole op. Dat hij dat hondsmoeilijke werk nauwelijks kende, was geen probleem. Want hij zou toch nooit de finale halen. Tot zijn vreugde zeilde hij zonder probleem door de eerste ronde. In de halve finale maakte hij een zeer goede indruk, hij veroverde een plaats bij de laatste twaalf. ”Laat ons een collecte houden voor een nieuwe viool voor deze begaafde jongen”, noteerde ik na de halve finale, want hij werd er verraden door zijn instrument. Maar ook dat probleem werd overbrugd: hij kreeg de kostbare Matteo Goffriller te leen van zijn leraar (en jurylid) Alberto Lysy. Bleef evenwel het grootste probleem. Die vermaledijde Symphonie espagnole. De orkestrepetities verliepen volstrekt rampzalig. Elke finalist krijgt een uur en 45 minuten, schaarse tijd, die je alleen zinvol kan aanwenden wanneer je je keuzeconcerto door en door kent. Wat dus niet het geval was.

Ik hield dus mijn hart vast, wanneer Kaskiv – bordeaux hemd olijk wapperend over zijn broek – terug op het podium verscheen. Maar alles verliep eerst goed, uitstekend zelfs. Kaskiv speelde fijnzinnig, met een heldere, lumineuze klank. Dirigent Gilbert Varga hield het orkest strak aan de leiband en hield het tempo laag. De finalist moet zijn keuzeconcerto uit het hoofd spelen, een laag tempo helpt je met nadenken. Maar dan stortte hij dus in. Na het andante stapte Kaskiv gedecideerd van het podium, blijkbaar niet van plan om daar ooit nog voet te zetten. Varga snelde hem achterna, lange minuten later keerden ze terug. Officieel heette het achteraf dat zijn strijkstok versleten was. U weet nu beter. De Symphonie espagnole werd keurig afgewerkt, het applaus was oorverdovend.

Na dit drama was het optreden na de pauze van de frêle 21-jarige Letse violiste Baiba Skride onvermijdelijk een teleurstelling. De wedstrijd werd weer wat die het liefst is, een Manufactuur van Mechanische Topviolisten.
Baiba Skride
©pb
Er viel niets aan te merken op haar prestatie. Meer nog, ze was tot dusver misschien de sterkste finaliste. Bijgestaan door haar moeder Liga aan de piano zette ze een zeer gevoelige Vioolsonate van Ravel neer, die echter alle leven en avontuur ontbeerde. Haar Vioolconcert van Tchaikovsky was zo af als maar kon zijn, maar steeds werd ik heen en weer geslingerd tussen afkeer en bewondering. Haar spel is onwezenlijk mooi, maar volstrekt afgeborsteld en afgelikt, waardoor de essentie, de passie van Tchaikovsky verloren gaat.

Maar toch, een adembenemende prestatie. Zoals het er nu naar uitziet, vrees ik dat Baiba Skride gaat winnen.