Italië zoekt oplossing na val regering
Romano Prodi
Italië zoekt na het ontslag van de regering van premier Romano Prodi een weg uit de crisis. President Giorgio Napolitano voert deze namiddag gesprekken met de voorzitters van Senaat en Kamer, respectievelijk Franco Marini en Fausta Bertinotti.
Over eventuele nieuwe verkiezingen zijn de meningen verdeeld. Oppositieleider Silvio Berlusconi eist nieuwe verkiezingen. De Italiaanse president Napolitano wil eerst de mogelijkheid van een overgansregering bekijken, omdat hij een hervorming van het kiesstelsel wil doordrukken in het parlement.

De president hoopt tegen dinsdag met alle protagonisten gesproken te hebben. Zijn laatste gesprekpartners zouden de leider van de nieuwe centrumlinkse partij Partito Democratico, Walter Veltroni, en Berlusconi, de frontman van Forza Italia, zijn.

De 74-jarige Marini, de voormalige christen-democratische vakbondsleider, is een van de mogelijke kandidaten om aan het hoofd van een overgangskabinet te staan. De andere gesprekspartner van Napolitano, Bertinotti, is voorstander van een interimregering die zich eerst bezighoudt met de hervorming van de kieswet, alvorens opnieuw naar de stembus te trekken. Evenredige vertegenwoordiging

Het huidige kiessysteem met evenredige vertegenwoordiging werd eind 2005 nog door de toenmalige rechtse meerderheid van Berlusconi goedgekeurd en is een van de oorzaken van de onstabiele centrumlinkse meerderheid.

De rechtse oppositie onder leiding van Berlusconi verkeert momenteel in extase en wil direct opnieuw gaan stemmen. Volgens de Italiaanse krant La Repubblica wil Berlusconi enkel een overgangsregering indien die geleid wordt door zijn ‘vertrouweling’ en ex-journalist Gianni Letta.

Berlusconi’s belangrijkste bondgenoot Gianfranco Fini van de postfascistische partij Alleanza Nazionale wees dat scenario alvast af. ‘De omstandigheden voor een institutionele regering zijn er niet’, zei Fini. De hypothese van Letta deed hem zelfs ‘hard lachen’.

Gisteren verloor Prodi een vertrouwensstemming in de senaat. 161 senatoren stemden tegen de regering en 156 voor.