Vlaanderen kent vruchtbare tijden
Vorig jaar was met 65.941 pasgeborenen een van de vruchtbaarste sinds 1987 in Vlaanderen. Dat blijkt uit het jaarverslag van het Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie.
Kind en Gezin schat dat Vlaamse vrouwen momenteel gemiddeld 1,74 kinderen krijgen. Daarmee zit Vlaanderen boven het Europese gemiddelde van 1,47. Er is wel een groot verschil tussen autochtonen en allochtonen, de eersten hebben een vruchtbaarheidscijfer van 1,64, de tweede groep van 3,04.

Bij de andere Europese landen hinken vooral Duitsland (1,36) en Italië (1,25) achterop. Ierland en Frankrijk (beiden 1,98) leggen de beste cijfers voor, maar om een bevolkingspiramide in stand te houden is een cijfer van 2,1 nodig.

De leeftijd waarop de gemiddelde vrouw haar eerste kind krijgt is in 2006 stabiel gebleven, op 28 jaar. Twintig jaar geleden lag die leeftijd 2,3 jaar lager.

Keizersneden

In 2006 werd bij 26,1 procent van de zwangere vrouwen de baring ingeleid, het laagste procent sinds 1987. Het aantal keizersneden steeg van 9 procent in 1987 trapsgewijs naar 19,2 procent in 2006. Ook de prematuriteit is toegenomen van 5,3 procent naar 7,4 procent.

Goed nieuws is dat de perinatale sterfte (kort voor en kort na de geboorte) in Vlaanderen bij de laagste ter wereld hoort. Sinds 2000 ligt het cijfer onder de 7 op 1.000. Door de toegenomen technische mogelijkheden worden de dokters echter steeds meer voor ethische vraagstukken geplaatst. Het is niet eenvoudig om te voorspellen of een baby met extreem laag geboortegewicht een leven zonder grote handicap zal kunnen leiden.