Het Centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding (CGKR) is blij dat de VDAB bij allochtonen aan huis zal gaan om hen jobs en scholing aan te bieden. 'Men mag niet blind zijn voor het feit dat er een probleem is', zegt directeur Jozef De Witte.
'Nergens in Europa is de tewerkstellingskloof tussen personen van vreemde en van autochtone origine zo groot als in België.'

'Niemand is erbij gebaat dat dit potentieel aan werknemers blijft liggen. Vlaanderen kan zich niet permitteren dat er talent verloren gaat. Alle werkgevers zitten te schreeuwen dat ze geen werkgevers vinden. Wie kan er iets op tegen hebben als men hier op een correcte manier aandacht aan besteedt? Het is goed voor iedereen. Iemand die werkt is trouwens gelukkiger en minder vaak ziek', stelt het CGKR.

Het centrum gelooft niet dat het een heksenjacht wordt op een welbepaalde groep, maar geeft aan dat de wervingsactie moet kaderen in een brede aanpak waarbij ook discriminatie aangepakt wordt.

'Wie schuld heeft aan de situatie, is een ander verhaal. Ligt het aan hen of ons? De waarheid ligt wellicht in het midden. Maar we moeten op zijn minst een aantal zaken doen. We moeten de strijd tegen discriminatie blijven voeren, iets doen aan de scholingsgraad en de werkzoekenden motiveren om, ondanks negatieve ervaringen, toch nog de stap naar de arbeidsmarkt te zetten', luidt het voorts.

Een van de redenen waarom de VDAB naar eigen zeggen de allochtone Belgen gericht wil aanspreken, is veelal hun gebrek aan motivatie. Heel aannemelijk, vindt De Witte.

'Iemand met een universitaire graad maakt vijf keer zoveel kans om werkloos te worden als hij of zij van vreemde origine is. Hoe hoger geschoold, hoe meer kans om gediscrimineerd te worden. Waarom zou je dan nog studeren, zeggen velen. Je kan beter in de bouw of in de horeca gaan werken. Dat is vandaag de situatie. Daarvoor mag onze overheid niet blind zijn'.