Elk huurcontract moet automatisch kunnen worden verbroken van zodra de huurachterstand het bedrag van de huurwaarborg bereikt of overstijgt. Bovendien moet de feitelijke uitzetting van de huurder(s) zes weken na het verbreken van de huurovereenkomst een feit zijn. Dat staat in een wetsvoorstel waarmee Kamerlid Rob Van de Velde (Lijst Dedecker) de nieuwe huurwet wil aanpassen.
De regeling die onder paars werd goedgekeurd, moest de positie van de huurders versterken. In de wet werd de huurwaarborg teruggebracht van drie tot twee maanden. Dat geldt voor wie het geld op een geblokkeerde rekening zet. De waarborg kan ook in schijven worden betaald, maar dan blijven de drie maanden van kracht.

Lijst Dedecker wil af van de verplichting dat banken aan eender wie krediet moeten geven voor het samenstellen van de huurwaarborg, stelt Van de Velde.

Wel staat de partij achter de meer sociale waarborg van twee maanden, 'ook al volstaat die soms niet om de aangerichte schade te vergoeden', luidt het.

Het Kamerlid, dat met zijn voorstel het evenwicht tussen huurders en verhuurders wil herstellen, wil ook dat de kleinere waarborg van twee maanden soepeler kan worden aangesproken. Zo moet hij ook kunnen worden gebruikt om de achterstallige huur te betalen.

Ook moet elk huurcontract kunnen worden verbroken van zodra de huurachterstand het bedrag van de huurwaarborg bereikt of overstijgt. De uitzetting moet binnen de zes weken gebeurd zijn.