Vlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke (SP.A) wil zich nog niet vastpinnen in het debat over een eventuele versoepeling van de taalregeling in het hoger onderwijs.
'Mijn persoonlijke mening is dat we daar op een open manier moeten over nadenken', aldus Vandenbroucke.

Momenteel mag maar 10 procent van het programma in de bachelors in een andere taal dan het Nederlands gegeven worden. Voor masteropleidingen mag 'in beperkte mate' afgeweken worden van het Nederlands.

Zowel de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) als de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (VRWB) hebben in een advies gepleit voor een versoepeling van die regeling.

De twee adviezen werden donderdag uitgebreid besproken in de commissie Onderwijs van het Vlaams parlement. Officiële aanleiding voor het debat was het eindrapport over het innovatie-instrumentarium in Vlaanderen, het zogenaamde rapport-Soete.

Dat stelde dat de huidige taalregels voor het hoger onderwijs een rem zetten op de internationale aantrekkingskracht van Vlaanderen, omdat het bijvoorbeeld te weinig Engels toelaat.

Volgens minister Vandenbroucke is de Vlaamse regering nu voldoende gewapend voor een 'grondig politiek overleg' over de zaak. Zelf pleit hij voor een open debat over de kwestie, waarbij ook aandacht moet gaan naar de te volgen taalstrategie, de kwaliteit van taal in het onderwijs en de rationalisering van het hoger onderwijslandschap.