In Nepal hebben de voormalige maoïstische rebellen bij de verkiezingen van 10 april een grote overwinning behaald. Dat blijkt uit de definitieve resultaten van de stembusgang die donderdag door de kiescommissie zijn bekendgemaakt. Door de ruime zege van de maoïsten lijkt Nepal op weg naar de afschaffing van de monarchie, na meer dan 240 jaar.
'De eerste samenkomst van de grondwettelijke vergadering zal een einde maken aan de monarchie en daar is geen compromis over mogelijk', verklaarde de leider van de vroegere extreemlinkse rebellen Prachanda.

De Nepalese maoïsten hebben er een tien jaar lange strijd op zitten om koning Gyanendra van de troon te stoten en de republiek uit te roepen. Aan die gewapende strijd kwam op 21 november 2006 een einde met een vredesakkoord.

Nu zijn de ex-rebellen erin geslaagd om dankzij een onverwachte verkiezingsoverwinning op een democratische manier te breken met de monarchie.

Anderhalf jaar na het einde van de burgeroorlog, waarbij 13.000 doden vielen, leiden de maoïsten met ruime meerderheid de grondwettelijke vergadering. De voormalige opstandelingen, die door de Verenigde Staten nog steeds beschouwd worden als een terroristische organisatie, hebben in totaal 271 zetels behaald. Dat is meer dan een derde van de instantie die verantwoordelijk is voor het opstellen van de nieuwe grondwet.

Daarin wordt de enige hindoeïstische monarchie ter wereld begraven en een nieuwe federale republiek gesticht. Het einde van meer dan twee eeuwen monarchie in Nepal was in december al overeengekomen in een principeakkoord tussen zeven Nepalese partijen en de ex-rebellen, die sinds april 2007 samen regeren.