Syrische rechtbank veroordeelt mensenrechtenactivist
DAMASCUS - Een Syrische rechtbank heeft dinsdag de vooraanstaande Syrische mensenrechtenactivist Anwar al-Bunni tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld voor onder meer de verspreiding van informatie die schadelijk zou kunnen zijn voor de nationale moraal. Dat heeft een advocaat van Al-Bunni, Khalil Maatouk bekendgemaakt. Al-Bunni moet daarnaast een boete betalen van 100.000 Syrische pond (ongeveer 1.473 euro).
Al-Bunni, een advocaat die bijna twaalf maanden in voorarrest zat, is schuldig bevonden aan de verspreiding van valse informatie en overdreven nieuws, waardoor de nationale moraal kan worden ondermijnd. Verder is hij volgens de rechtbank banden aangegaan met een internationale politieke organisatie die zonder vergunning opereert, heeft hij staatsinstellingen in diskrediet gebracht en contact opgenomen met een vreemde mogendheid.

Mensenrechtenactivisten

Al-Bunni vertelde het hof 'trots' te zijn op de aanklacht, die voortvloeide uit zijn activiteiten als mensenrechtenactivist, en kondigde aan dat hij zijn mensenrechtenwerk zal voortzetten. Hij is een van drie vooraanstaande activisten die bijna een jaar geleden werden opgepakt en de eerste van het drietal die is veroordeeld.

De andere twee zijn de arts Kamal Labwani en de schrijver Michel Kilo. Maatouk noemde het proces een politieke zaak en een poging het Syrische volk te intimideren. Hij kondigde beroep aan en zei te hopen dat de rechters in de beroepszaak onafhankelijk en onpartijdig zullen oordelen.

De uitspraak werd gedaan op de dag dat VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon in Damascus arriveerde voor besprekingen met de Syrische president Bashar Assad over onder meer de kwestie-Libanon.

Isolement

In Syrië vonden zondag en maandag verkiezingen voor een nieuw parlement plaats. Die hadden deels als doel het imago van Syrië en Assad op te vijzelen. Het relatief zware vonnis voor Al-Bunni lijkt er evenwel op te duiden dat Syrië vooral bezig is zich verder te isoleren. De regering in Damascus staat onder grote druk van de Europese Unie en de Verenigde Staten democratische hervormingen door te voeren.