BRUSSEL - De ombudsdienst Pensioenen heeft tijdens zijn vorige werkingsjaar 1.721 klachten ontvangen, een stijging tegenover de voorgaande jaren. Wel daalt het aantal gegronde klachten, zijn er meer gepensioneerden en nam de bekendheid van de ombudsdient toe.

 Dat blijkt uit het jaarverslag van de ombudsdienst. Sinds zijn ontstaan in 1999 kreeg de dienst 12.324 klachten binnen. Opmerkelijk is dat het aantal klachten uit het buitenland al voor het derde jaar op rij boven de tien procent van het totale aantal uitkwam. De mogelijkheden van het internet en de goede samenwerking met Buitenlandse Zaken spelen daarin een rol, stelt ombudsman Jean-Marie Hannesse.

 

De ontvankelijke klachten vallen uiteen in drie categorieën. De helft van de klachten gaat over berekening van het pensioen. Een derde van de klachten slaat op de betaling van het pensioen. Mensen kruipen vooral in hun pen wegens laattijdige betalingen en de onderbreking van betalingen. Daarnaast klagen mensen vooral over de termijnen die de administratie nodig heeft voor een beslissing. Van de afgehandelde ontvankelijke klachten is 43 procent gegrond. Tot 2004 steeg dat percentage tot 56 procent. Sindsdien tekent zich een daling af.

 

 Voor 86 procent van de gegronde klachten draaide de bemiddeling van de ombudsdienst positief uit voor de klager. Het gaat vaak om door de pensioendiensten verschuldigde bedragen die na bemiddeling worden uitbetaald: soms eenmalige achterstallen, maar vaak om een permanente verhoging van de uitkering. De behandelingstermijn van de klachten loopt ook steeds terug. De duur bij ontvankelijke klachten daalde van 116 naar 100 dagen. Bij de andere verzoeken ligt de gemiddelde termijn op 15 dagen. Intussen is 98 procent van alle dossiers bij de ombudsdienst afgerond. Slechts zeven, stuk voor stuk complexe dossiers zijn meer dan een jaar in onderzoek.