‘Udach’ Kuqax*a’a’ch’ heet ze in het Eyak: ‘een geluid dat mensen van ver roept’. Marie Smith Jones, waarschijnlijk de laatste volbloed Eyak, was de enige die de taal nog sprak van de oorspronkelijke bewoners van Alaska. Ze is op 89 jaar in Anchorage overleden.
Jones was ereopperhoofd van de Eyaknatie in zuid-centraal Alaska, een stam waarvan er in 2000 nog maar vijftig leden overbleven. Ze heeft de universiteit van Alaska geholpen om een Eyakwoordenboek samen te stellen omdat ze het belangrijk vond dat de taal niet verloren zou gaan. Toch heeft ze haar zeven kinderen niet opgevoed in het Eyak, omdat ze opgroeiden in een tijd dat het not done was om geen Engels te spreken.

Jones heeft een zwaar leven achter de rug. Ongeveer haar hele stam, op haar familie na, is bezweken aan geïmporteerde ziektes. Veel van haar broers en zussen stierven jong aan griep en pokken. Zelf was ze jarenlang alcoholiste. Op haar vijftigste stopte ze met drinken. Tot op het einde bleef ze kettingroken. Volgens haar dochter was Marie Smith Jones een eigenwijze, taaie, koppige vrouw.

De Eyaks, waarvan in 1869 voor het eerst melding werd gemaakt, zijn altijd een kleine groep geweest. In tegenstelling tot andere stammen, vochten de Eyaks niet als ze bedreigd werden maar sloegen ze op de vlucht en zochten een nieuwe verblijfplaats. Vandaag is de Eyaknatie de kleinste inheemse groep van Alaska. De stam doet er alles aan om zijn cultuur te bewaren. Ze vecht voor het behoud van het land aan de Copper River Delta dat van haar voorouders was.

Marie Smith Jones stond twee keer op het spreekgestoelte van de Verenigde Naties. Ze ijverde niet alleen voor het behoud van de Indianentaal, maar ook voor de bescherming van het milieu.

De laatste vijftien jaar zou ze zich erg eenzaam hebben gevoeld, omdat ze de enige overlevende van haar stam was.