'Rol Vanderhoydonck  in zaak L&H verkeerd ingeschat'
Francis Vanderhoydonck heeft de pech dat hij een paar maanden voor het faillissement van L&H nog een aantall warrants heeft uitgeoefend. Daarvoor moet hij nu onterecht boeten. Dat is de kern van het pleidooi van zijn advocaat, meester Mertens.
Tijdens de zitting in het proces L&H probeerde Mertens vanmorgen aan te tonen dat Vanderhoydonck geen vertrouwenspersoon was van Hauspie en Lernout, terwijl het OM daar wel van uitgaat.

Zo is het volgens Mertens 'manifest fout' dat zijn cliënt voltijds voor L&H werkte. 'Vanderhoydonck begon in het najaar van 1998 bij L&H. Hij had tot dan toe nog nooit voor die mensen gewerkt. Hem omschrijven als de vertrouwensman die wist en betrokken was bij de nevenbedrijven klopt gewoon in de chronologie van de feiten al niet.'

Mertens beweert dat het OM er zonder aanleiding vanuitgaat dat Vanderhoydonck met voorkennis heeft gehandeld. Net zoals bij het auditcomité is hier geen smoking gun. Men vist. Uit tienduizenden mails haalt men er zeven waar probeert iets van te maken.'

De verdediging van Vanderhoydonck overliep op een systematische manier de argumenten die het OM aanhaalt om Vanderhoydonck te beschuldigen van kennis van de LDC's (de nevenbedrijven).

Mertens illustreerde dat het OM gevens verdraait, of delen van emails bewust weglaat, of zelfs hele gebeurtenissen in een totaal ander daglicht probeert te zetten om Vanderhoydonck te beschuldigen.