AMSTERDAM - Bijna een half jaar na de moord op de Nederlandse rechts-populistische politicus Pim Fortuyn, heeft de vermoedelijke dader, Volkert van der Graaf (33), bekend dat hij Pim Fortuyn doelbewust heeft doodgeschoten. De man werd gearresteerd, korte tijd nadat Fortuyn op 6 mei, tien dagen voor de verkiezingen, met vijf kogels werd doodgeschoten.
Van der Graaf heeft afgelopen week bij de rechter-commissaris verklaard dat hij al enige tijd rondliep met het plan om de stichter en lijsttrekker van de Lijst Pim Fortuyn (LPF) te doden. Van der Graaf heeft ook gezegd dat hij de aanslag in zijn eentje heeft voorbereid en uitgevoerd. Dat heeft het Openbaar Ministerie (OM) in Amsterdam zaterdag bekendgemaakt.

Volgens het OM heeft van der Graaf als motief aangegeven dat hij in de LPF-lijsttrekker een steeds groter wordend gevaar voor vooral kwetsbare groepen in de samenleving zag. ,,Het ging daarbij voor de verdachte om de combinatie van de algemene stigmatiserende politieke denkbeelden van Fortuyn, de polariserende wijze waarop Fortuyn die voor het voetlicht bracht en de grote politieke macht die Fortuyn dreigde te krijgen. Van der Graaf zag voor zichzelf geen andere mogelijkheid om dat gevaar te stoppen dan door Fortuyn om het leven te brengen.'' Zo verwoordt het OM de verklaring van van der Graaf.

De verdachte heeft de verklaring afgelegd in het bijzijn van zijn advocaten en de officier van justitie. De raadslieden sluiten zich aan bij de persverklaring van het OM. Verder gaan zij niet in op de inhoud. Wel zeggen zij teleurgesteld te zijn dat het nieuws via justitiële kringen in NRC Handelsblad naar buiten kwam. Het OM kwam vervolgens met een persverklaring.

In reacties hebben zowel fractievoorzitter Mat Herben van de LPF als Tweede-Kamerlid Teeven van Leefbaar Nederland erop aangedrongen dat Justitie grondig onderzoek doet naar allerlei complottheoriën. ,,Het is te gemakkelijk om te zeggen dat er geen aanwijzigingen zijn dat van der Graaf geen medeplichtigen had'', aldus Herben. GroenLinks, PvdA, CDA en VVD wilden niet reageren op de bekentenis en stelden dat het gerecht zijn werk moet doen.