Meer dan één op de vijf zelfstandigen in België oefent een vrij beroep uit. De voorbije tien jaar steeg hun aantal zelfs met bijna 40 procent.
Dat blijkt uit de FVIB-Polsslag 2007, de jaarlijkse studie van de bij ondernemersorganisatie Unizo aangesloten Federatie voor Vrije en Intellectuele Beroepen (FVIB).

België telt vandaag 192.329 vrije beroepsbeoefenaars. Dat is 21,8 procent van het totale aantal zelfstandigen. De meeste zijn terug te vinden onder de (para)medische beroepen (41,8 procent) en in Vlaanderen (55,4 procent).

De afgelopen tien jaar groeide de sector met 39,7 procent, een stijging die vier keer zo sterk is als bij alle zelfstandigen samen. Het vrije beroep wordt het meest beoefend in hoofdberoep (70,7 procent).

Volgens de FVIB is de vervrouwelijking van het vrije beroep ook een feit met 58,1 procent mannen tegenover 41,9 procent vrouwen. Vandaag de dag zijn 63 procent meer vrouwen actief in het vrije beroep dan tien jaar geleden. Vooral in de medische sector stromen steeds meer vrouwen in, maar ook de traditionele mannenberoepen zoals notaris en gerechtsdeurwaarder lijken langzaam maar zeker te vervrouwelijken.

Nog wat cijfergegevens: vorig jaar startten ruim 17.600 (17.658 om precies te zijn) in een vrij beroep. In vergelijking met het jaar daarvoor is dat een stijging met 10,8 procent. Meer dan de helft start in hoofdberoep. De grootste stijging van het aantal starters doet zich voor bij tandartsen (+50,3 procent).

'Het vrije beroep zit in de lift', zegt FVIB-voorzitter Karel Tobback. 'Maar toch is het niet allemaal rozengeur en maneschijn. Voor 40 procent van de vrije beroepspraktijken is de rendabiliteit onvoldoende. Vooral architecten en deurwaarders hebben het zwaar te verduren, maar ook voor veel huisartsen staan hun beschikbaarheid en lange werkuren niet in verhouding tot hun inkomsten.'

Tobback pleit voor een opwaardering van bepaalde beroepen. 'Een kwalitatieve dienstverlening van vrije beroepers komt immers ook andere sectoren ten goede, maar heeft een prijs', luidt het. De organisatie wil daarom overleg plegen met de bevoegde ministers.