BRUSSEL - De Iraakse eerste minister Iyad Allawi heeft een brief gestuurd naar de NAVO met de vraag dat het bondgenootschap hulp zou bieden bij de opleiding van de Iraakse veiligheidstroepen. Er wordt ook om andere "technische steun" gevraagd. Dat zegt een topman van de Navo.

Volgens de functionaris vraagt Allawi in de brief niet om troepen te sturen. De NAVO kreeg de brief maandag, en een kopie is intussen voor "studie" naar de 26 NAVO-lidstaten verzonden, aldus woordvoerder van het bondgenootschap, James Appathurai.


Het verzoek van de Iraakse interimregering betekent meteen dat een formele NAVO-rol in Irak nu wel een heel prominente plaats gaat innemen op de agenda van de top van staats- en regeringsleiders van de alliantie op 28 en 29 juni in Istanboel.


Feit is ook dat alle voorwaarden voor het "overwegen" van een dergelijke rol nu zijn vervuld: er zit een "legitieme" overgangsregering in het zadel, er is een nieuwe VN-resolutie over Irak, en er is de formele vraag van de interimregering om NAVO-bijstand.


NAVO-secretaris-generaal Jaap de Hoop Scheffer zei vorige week nog dat de alliantie "de deur niet zou dichtslaan in het gezicht" van de Iraakse overgangsregering als die een formeel verzoek om hulp bij de stabilisatie van Irak aan de NAVO zou richten.


Vlak na de goedkeuring van de nieuwe Irak-resolutie eerder deze maand riep de Amerikaanse president George W. Bush op tot een grotere NAVO-betrokkenheid in Irak, maar dadelijke tegenkanting van Frankrijk en Duitsland deed Bush al gauw weer met de voeten op de grond belanden. Hij zei de hoop te hebben opgeborgen dat er NAVO-troepen komen in Irak. Bush suggereerde dan maar dat het bondgenootschap "misschien kon helpen" bij de opleiding en training van de Iraakse veiligheidstroepen.

De NAVO beperkt zich voorlopig tot het verlenen van logistieke steun aan Polen, dat de leiding heeft over een multinationale divisie in het sjiitische zuiden van Irak. Op individuele basis zijn zestien van de 26 NAVO-lidstaten militair aanwezig in het land.