BRUSSEL - Een werkloze moslimvrouw die een job weigert omdat ze haar hoofddoek moet afdoen, is geen werkweigeraar. Dat heeft het arbeidshof in Antwerpen begin juni gesteld. De moslimvrouw was naar de rechter gestapt omdat de RVA haar werkloosheidsvergoeding had ingetrokken. Het bericht staat in de Juristenkrant.
De vrouw bood zich op vraag van de RVA aan bij een sociale werkplaats voor een job in het naaiatelier. Tijdens het sollicitatiegesprek zei ze dat ze om religieuze redenen de hoofddoek niet kon afdoen tijdens het werk. Daarop liet de werkgever aan de RVA weten dat de vrouw niet werd toegelaten tot de proef.

Gevolg: de RVA sloot haar 18 weken uit van het recht op uitkeringen als sanctie omdat zij een baan had geweigerd. Hiertegen tekende de moslimvrouw beroep aan. Het arbeidshof stelde in zijn arrest van 3 juni vast dat de werkgever recht in zijn schoenen staat: omwille van veiligheidsredenen laat hij terecht niet toe dat zijn werknemers -waaronder zeven allochtone vrouwen- een hoofddoek dragen.

Maar over de werkweigering van de vrouw aanvaardde het hof dat religieuze motieven mogelijke redenen zijn om een baan als niet passend te beschouwen. Het hof verwees daarvoor naar de godsdienstvrijheid die onder meer in de Belgische grondwet en het Europees Mensenrechtenverdrag wordt beschermd. Volgens het hof moet elk geval afzonderlijk worden bekeken. De moslimvrouw in kwestie kon aantonen dat haar godsdienstbezwaar reëel is en dat ze het gebod om de hoofddoek te dragen, strikt naleeft.